donderdag 3 augustus 2017

Fuzzie. Hanna Bervoets

'Volwassen worden is ontdekken dat volwassen worden inderdaad met verwerven gepaard gaat. Maar ook dat niemand je ooit verteld heeft dat je met alles wat je bemachtigt iets kwijtraakt; volwassen worden is plaatsnemen achter een kraam op een ruilmarkt, met alle onderhandelingen van dien - geef me een baan en ik lever mijn vrije tijd in, geef me een kind in ruil voor mijn vrijheid, geef me wat extra jaren en ik verlies mijn goede conditie, en mijn moeder, en mijn vader, en mijn grote liefde, misschien.' (p. 193)
 
Een klein, pluizig bolletje rolt je leven in en begint tegen je te praten. Niet onafgebroken, maar ogenschijnlijk precies op de momenten dat je daar behoefte aan hebt. Het stelt je vragen, vertelt verhalen, zingt soms en lijkt je precies te kennen. In Fuzzie van Hanna Bervoets raken de personages zo gehecht aan het bolletje dat ze het voortdurend dicht bij zich houden. Het bolletje leidt de personages door een proces van rouw om een verloren liefde of verloren leven, in de zoektocht naar wat hen geluk brengt en hoe ze het geluk kunnen accepteren en vasthouden. En terwijl de personages voorzichtig voor hun geluk durven te kiezen, verliest het bolletje zijn pluisjes en volume.
 
In Fuzzie loopt een aantal verhaallijnen door elkaar. Het bolletje praat en het verhaal van Maisie, Florence, Diek of Stephan gaat verder. De lijnen raken elkaar af en toe. Soms wisselt een bolletje van eigenaar alsof het weet dat niet iedereen te redden is.
Niet alle verhaallijnen zijn af, en daar draait het ook niet om. Bervoets schetst alledaagse mensen die op kruisingen in hun leven staan die we allemaal herkennen. Die alledaagsheid kun je truttig vinden, of juist knap omdat Bervoets de beelden weet te vangen in een originele roman. De vraag is wel of originaliteit alleen voldoende is om van Fuzzie een sterke roman te maken. Hoe dan ook: het bolletje heeft zijn verhaal gedaan.

dinsdag 18 juli 2017

Ronja de roversdochter. Astrid Lindgren

'Opnieuw keek ze de afgrond in. Wat een diepte! Ronja zocht een plek uit waar ze de sprong het best zou kunnen nemen. Toen zag ze iets dat haar van verbazing bijna in de Hellepoel deed vallen.
Een eindje verder, aan de andere kant van de kloof, zat iemand. Iemand die ongeveer net zo groot was als zijzelf en die zijn benen over de rand van de afgrond liet bungelen. (...)
"Ik weet wie jij bent," zei hij. "Jij bent de roversdochter die in het bos rondholt. Ik heb je daar een keer gezien."
"Wie ben jij dan?" vroeg Ronja. "En hoe ben je hier gekomen?"
"Ik ben Birk, de zoon van Borka, en ik woon hier. We zijn vannacht hierheen verhuisd."' (p. 30-31)

Onlangs had ik een gesprek over hoe je leert durven en hoe je leert op te passen. Mijn gesprekspartner zei: 'Ken je Ronja de roversdochter? Haar vader waarschuwt haar voortdurend voor alle gevaren in het bos. Dus wat denk je dat Ronja doet?'
Ronja de roversdochter van Astrid Lindgren kwam in mijn jeugd niet voorbij. Misschien vond ik de titel destijds te spannend of was het altijd uitgeleend bij de bieb. Hoog tijd dat ik het ging lezen dus.
 
Ronja wordt geboren in de nacht dat de bliksem inslaat in de burcht waar haar vader de roverhoofdman en zijn rovers wonen. De burcht splijt door de klap in tweeën. Als Ronja een jaar of tien is, mag ze de veilige burcht verlaten om het bos, de rivier en alle gevaren te leren kennen. 'Maar pas op voor de vogelheksen, aardmannen en Borkarovers, pas op dat je niet verdwaalt en niet in de rivier valt en niet in de Hellepoel,' zegt haar vader. Ronja trekt erop uit om te leren verdwalen, te leren oppassen en te leren om niet bang te zijn. Ze gaat naar de rivier om te leren zwemmen en naar de Hellepoel om er niet in te vallen. En daar ontmoet ze Birk, de zoon van de rivaliserende Borka-roversbende die die nacht ingetrokken is in het andere deel van de burcht. Ronja en Birk worden vrienden, tot woede van hun vaders. Ronja en Birk besluiten samen weg te lopen en altijd voor elkaar te kiezen.
 
Ronja de roversdochter is een boek over goed en kwaad, liefde en verdriet, over waarden, tradities en over durven nadenken over andere oplossingen dan de gewoontes die je vader, grootvader en al je voorvaderen hadden. Ronja is klein en verstandig, terwijl haar vader machtig en sterk is, maar niet altijd wijs.
Het boek is levendig geschreven en prachtig geïllustreerd waardoor ik me even in de wilde bossen van Zweden waande. Ik verheug me er nu al op om Ronja voor te lezen aan mijn eigen kleine helden zodra ze er straks groot genoeg voor zijn.  

vrijdag 14 juli 2017

Eet als een expert

Tussen Carnaval en Pasen deed ik mee met de vasten. Een kenmerk van de hedendaagse katholieke vastenperiode is dat er geen strikte eet- en leefregels zijn, maar dat je jezelf een beperking oplegt waar je moeite voor moet doen. Een beperking als 'niet roken en drinken', zou me geen enkele moeite kosten. Een beperking als 'geen chocola' zeer zeker wel. Ik nam me voor om te matigen, dus geen tussendoortjes anders dan groente en fruit, en een halve maaltijd per dag minder. En op zondag vrij want hee, het blijven katholieken dus niet te streng allemaal.
 
Om mezelf te motiveren, ging ik op zoek naar een goed boek over eten. Geen kookboek natuurlijk, want dan zou ik me alleen maar verlekkeren aan de taarten, en geen boek van een of andere goeroe die zegt dat je alleen maar boerenkool mag eten, want daar geloof ik niet in.
 
Eet als een expert is geschreven door vier jonge vrouwen die allen een wetenschappelijk achtergrond hebben in voeding en gezondheid. Hun uitgangspunt: eet wat bijdraagt aan je gezondheid en vermijd voeding die bewezen ongezond is. En juist dat 'bewezen' spreekt me aan; alle uitspraken in het boek zijn wetenschappelijk gecheckt. Zo leerde ik dat een aardappel redelijk neutraal is voor je gezondheid en dat kokosvet (dat door de dieethypegoeroes geprezen wordt) geen goed vet is voor je gezondheid. Mayonaise daarentegen is een gezonde keuze, tot grote vreugde van de man des huizes.
 
In Eet als een expert doorlopen de dames alle eetmomenten van de dag en leggen helder uit wat goede en minder goede keuzes zijn. Ze gaan in op vetten, suikers, groenten, vlees, ultra-processed foods en nog veel meer. Is het nieuw allemaal? Veel wist ik wel, maar niet eerder las ik een boek waarbij het zo goed op een rij gezet is en prettig, positief uitgelegd wordt. Daarnaast leerde ik wat gezonde alternatieven zijn voor kaas en hagelslag op de boterham en hoe ik volkoren tortilla's en goede pindakaas vind in de supermarkt. En belangrijker: sinds de vastenperiode pas ik het toe. Ik maak nu zelf - en met veel plezier - granola voor het ontbijt. In mijn lunchpakket zitten nu volkorenboterhammen met erwtenspread en plakjes radijs, en in de fruitbakjes die meegaan naar het werk en school, stop ik voor de helft groente. En heus, ik eet nog steeds wel eens chips en taart (want wees eerlijk: de zwarte bonen brownie uit het boek smaakt echt nergens naar) maar ik maak wel veel bewustere keuzes. En dat is een prachtig resultaat van de vastenperiode.

vrijdag 10 februari 2017

Bedreigde boeken

Zomer 2016
'Zeg, zullen we die boeken die jij nog niet gelezen hebt maar wegdoen voordat we verhuizen? Onnodig ze daar in een kast te zetten als je ze toch niet leest.' 
Hij wist fijntjes een gevoelige snaar te raken. Boeken. Daar valt niet mee te spotten. We hadden ter voorbereiding op onze verhuizing alle gelezen boeken alvast ingepakt en wat boekenkasten afgebroken. Restten mijn ongelezen boeken, die nu confronterend op anderhalve boekenplank prijkten, blonken, naar me knipoogden. Lees ons, zeiden ze. Red ons!
Natuurlijk gooit hij mijn boeken niet weg, maar het signaal was duidelijk. Spullen die je niet gebruikt, staan in de weg. Voornemens om de spullen wél te gaan gebruiken, zijn enkel balast. Tijd voor een plan. 

Ik constateerde dat ik nogal wat halfgelezen boeken heb. In de drukte van een jong gezin lukt het me vaker niet dan wel om een boek uit te lezen. Daarnaast staan er ongelezen lievelingsboeken 'voor als ik eens lekker veel tijd heb'. Dikke biografieën dus, waarvan ik alleen maar droom ze te lezen. De laatste categorie zijn de romans die ik zelf in een opwelling gekocht heb en de gekregen boeken. Nu krijg ik graag boeken, daar niet van. Maar waar ik voorheen alles vrat wat ik cadeau en opgedragen kreeg, wurm ik me nu niet zo gemakkelijk meer door elk willekeurig boek. Zo kan ik me bijna niet meer voorstellen dat ik voor een letterkundecursus met plezier vijftien boeken van Hella Haasse las. Enfin. Ik besloot met de quick wins te beginnen: de halfgelezen en dunne boeken. 

De zevende functie van taal - Laurent Binet   
In 2011 stak ik HhhH van Laurent Binet in mijn rugzak op reis naar Canada en las het in één ruk uit. Geen easy reading, maar een prachtig boek dat erom vraagt elke zin met aandacht te lezen. Weergaloos. Nog enthousiast van HhhH kocht ik De zevende functie van taal. Maar dat een schrijver meerdere gezichten kan hebben, laat Laurent Binet zien.
De zevende functie van taal speelt zich af in Parijs, 1980. De beroemde filosoof Barthes wordt overreden en commissaris Bayard moet op onderzoek uit. Hij duikt in de wereld van denkers en academici. Al op pagina 1 vliegen de filosofen me om de oren en nog voor pagina 48 ben ik gelost. Een paar denkers ken ik best hoor, maar geen vijftig, inclusief hun teksten en karakteristieken waardoor ik de verwijzingen en grapjes van Binet snap. Op pagina 70 besluit ik dat het genoeg is geweest. Binet heeft een razend knap boek geschreven waarmee hij bewijst dat hij zijn klassiekers van haver tot gort kent. Het lijkt me vooral een steekspel dat hij wil winnen binnen een specifieke groep intellectuelen. Jaloersmakend als je dit werk fluitend en met plezier leest, maar hee, er is nog zo veel moois dat op ons wacht.

Broer - Esther Gerritsen  
In 2016 verscheen - ter gelegenheid van de boekenweek - Broer van Esther Gerritsen. Boekenweekgeschenken lees ik altijd. Niet omdat ze gratis zijn, maar omdat ik hou van korte verhalen. Eerder betoogde ik al op dit blog dat het uiterst moeilijk is om een goed kort verhaal te schrijven. Het moet een rond verhaal zijn, de karakters moeten enige diepte krijgen, maar plaats om daar diep op in te gaan, is er niet.
Broer is een heel geslaagd kort verhaal. Een openingsscène waarin het verhaal meteen wordt neergezet: de broer van de verteller die belt dat zijn been moet worden afgezet. Vervolgens krijgen de karakters en hun onderlinge relaties vorm en neemt het verhaal een wending waardoor je wilt weten hoe het zal aflopen. De afloop wordt natuurlijk niet helemaal uitgekauwd, want het maximum aantal pagina's is bereikt.
De kracht van de beperking heeft hier uitstekend werk gedaan. Bovendien heb ik prettig kennisgemaakt met het werk van een schrijfster van wie ik nog niet eerder wat las.

Een mooie jonge vrouw - Tommy Wieringa
Een succesvol wetenschapper die moeite heeft met ouder worden, vindt zijn liefde in een vijftien jaar jongere vrouw. Hoewel ze tegengestelde ideeën hebben, trouwen ze en raakt zij zwanger. Terwijl zij opgaat in de blijde verwachting, gaat hij een affaire aan met een nog jongere vrouw.
Niet alle boekenweekgeschenken vind ik de moeite van het uitlezen waard. De frustratie van de man die hij projecteert op vrouwen, staat me op de helft van het boek al tegen. Het lijkt een terugkerend thema waar ik wel even genoeg van gelezen heb. Het boekenweekgeschenk van 2014 laat ik dus voor wat het is.

De zomer hou je ook niet tegen - Dimitri Verhulst
In dit boekenweekgeschenk van 2015 neemt een man een zwaargehandicapte jongen mee naar een berg in Frankrijk, om hem daar - aan de vooravond van zijn zestiende verjaardag - te vertellen over zijn moeder die er niet meer is. Het boek is een monoloog van een man die zijn grote liefde vond en verloor omdat hij geen kinderen wilde en zij wel. Zij kreeg uiteindelijk een gehandicapte zoon van een andere man en ze stierf een paar jaar later. De verteller zal als een vader voor de jongen zorgen. Hij heeft spijt. Hij had die vader kunnen zijn en zij zou dan nog geleefd hebben.
De zomer hou je ook niet tegen is prachtig en droevig, en binnen de context van een kort verhaal mooi rond en uitgediept.

Zomerhitte - Jan Wolkers
Van Jan Wolkers heb ik vooral zijn vroege werk gelezen, vroeger, toen mijn interesse voor literatuur ontstond. Zomerhitte daarentegen is een beduidend laat werk, dat ter gelegenheid van de boekenweek 2005 verscheen. Ik stak het bij me onderweg naar Italië.
Zomerhitte is in alle opzichten een echte Wolkers. De natuur, liefde en begeerte, spanning en dood. En hoewel het misschien niet zijn sterkste verhaal is, waande ik me op Texel, in een zinderende zomer op het strand, zand tussen mijn tenen en de bedreiging nabij - niemand die me mocht storen want ik las. Ik dacht aan de oude Wolkers met zijn pretogen, los van alle conventies en blij met de wonderen der natuur. Het is maar goed dat ik soms een duwtje krijg om mijn kast leeg te lezen.  

zondag 6 maart 2016

Hoe ik talent voor het leven kreeg. Rodaan Al Galidi

'Stel je een gebouw voor vol wachtende mensen, tussen wie jij moet leven. Op een station of bij een bushalte met een paar mensen zal je je binnen een kwartiertje al onrustig voelen en om je heen kijken naar die mensen, die ook onrustig om zich heen of naar hun horloge kijken. Die situatie, maar dan met een paar honderd mensen en jarenlang. Niet wachtend op een bus of trein, maar om je leven te beginnen'. (p. 315)

Hoe ik talent voor het leven kreeg van Rodaan Al Galidi vertelt het verhaal van Semmier, een vluchteling uit Irak die na vele omzwervingen in Nederland komt en hier asiel aanvraagt. Hij wacht negen jaar op een antwoord van de IND en valt uiteindelijk onder de generaal-pardonregeling. Hij krijgt een verblijfsvergunning. Zijn verhaal is het verhaal van vele vluchtingen die na hun asielaanvraag in Nederland jaren wachten. Werken is niet toegestaan. Nederlanders buiten het asielzoekerscentrum zijn doorgaans argwanend en afstandelijk waardoor Semmier het liefst binnen de hekken van het AZC blijft, ware het een open gevangenis. Het enige wat rest is wachten. 

Iedereen is hier gek, dacht Semmier toen hij in het AZC kwam. Zo wilde hij niet worden: 
'Tijdens mijn eerste zes maanden werd ik bang als ik met iemand sprak die meer dan drie jaar in het AZC woonde. Ik vreesde dat mijn lot zou zijn zoals dat van hen. Het waren sterke mannen en vrouwen die arbeiders waren geweest, of soldaten, rebellen, ingenieurs, artsen, wetenschappers en ga zo maar door. Na het derde jaar begonnen ze op een of andere manier de controle over zichzelf te verliezen en werden ze twee personen. Het maakte mij altijd angstig om aardige asielzoekers te zien, die ineens iemand anders waren geworden'. (p. 361)

De hoofdpersonage Semmier vertelt zijn eigen verhaal en over talloze anderen met wie hij het wachten deelt in het AZC. Een sprankje hoop leidt tot dwaasheid en een greintje onrechtvaardigheid tot agressie of depressie in alle vormen en maten. Semmier houdt Nederland een spiegel voor die niet altijd aangenaam is om in te kijken.   

Hoe ik talent voor het leven kreeg is stilistisch geen hoogstandje. Rauw en indringend geeft het een beeld van een wereld die ik alleen ken uit het nieuws en van vele meningen. En voor ieder met een mening over vluchtelingen in zijn achertuin, is dit Wachten op Godot een must. 

donderdag 3 september 2015

Wild. Cheryl Strayed

"Uncertain as I was I pushed forward, I felt right in my pushing, as if the effort itself meant something. That perhaps being amidst the undesecrated beauty of the wilderness meant I too could be undesecrated, regardless of what I'd lost or what had been taken from me, regardless of the regrettable things that had been done to me. Of all the things I'd been skeptical about, I didn't feel skeptical about this: the wilderness had a clarity that included me." (p. 143)

Deze zomer plande ik een fietstocht van zes dagen door Nederland, alleen. Tent, kookspullen, matje en slaapzak op de fiets, kop in de wind en gaan. Vooraf vroeg welhaast iedereen aan wie ik dat vertelde: "Alleen..? Vind je dat niet vreselijk éng?" 
Eén collega reageerde onverdeeld enthousiast en adviseerde me Wild van Cheryl Strayed in mijn fietstas te stoppen. Dat deed ik. In het Engels, zodat ik aan één boek tijdens mijn zesdaagse genoeg zou hebben. 

Cheryl Strayed verliest als ze begin twintig is haar moeder. Het moeizaam bijeen gehouden gezin valt uit elkaar en Strayed besluit te scheiden van haar fijne man, gebroken als ze is door het verlies van haar moeder. Ze stopt met haar opleiding en krijgt een verkeerd vriendje met wie ze heroïne spuit. Dan valt haar oog op een boek over de Pacific Crest Trail (PCT), een wandelpad van Mexico tot Canada door de wildernis. Ze besluit dat het roer om moet en de PCT te gaan lopen. 

Niet gehinderd door kennis van kaartlezen en lopen op kompas (dat boek over kompasgebruik zit ergens onder in haar rugzak, omdat ze er vooraf niet aan toe kwam het te lezen) en zonder enige outdoorervaring, gaat ze met een loodzware rugzak met fancy hikespullen op pad, alleen.

Strayed maakt in de eerste weken alle fouten die mogelijk zijn, tot haar eigen ergernis. Ze verdwaalt, loopt blessures op van haar te zware rugzak en te kleine schoenen, heeft geen idee hoe haar waterzuiveraar werkt en heeft de verkeerde brandstof in haar kooktoestel gedaan. Bij haar eerste stop in de bewoonde wereld geeft ze te veel geld uit waardoor ze de overige maanden nauwelijks nog wat te besteden heeft. Ze treft beren en slangen op haar pad, sneeuw, kou en hitte.

En ze treft mensen. PCT-hikers die haar helpen haar rugzak te verlichten, advies geven en de ontberingen delen. Vreemden die haar een lift geven, een diner aanbieden en een bed. Slechts een enkele keer komt ze mensen tegen die kwaad in de zin hebben.

In Wild neemt Cheryl Strayed de lezer mee op een schitterende tocht in de wildernis en in haar zoektocht naar haarzelf, haar afkomst en toekomst. Ze is ontwapenend en dapper en uiteindelijk ontzettend stoer.

Wild relativeerde mijn fietstocht door Nederland uiteraard. Ik was voorbereid en ervaren en nee, natuurlijk was ik niet bang. Onderweg trof ik vriendelijke andere vakantiefietsers. Eén van hen zei: "Nadat ik Wild gelezen had, wilde ik mijn rugzak pakken en die tocht gaan lopen." En dat begrijp ik nu.   

zondag 23 juni 2013

De laatkomer. Dimitri Verhulst

'Eén van de eerstkomende keren dat Moniek mij kwam bezoeken zou ze vaststellen dat ik alle, maar dan ook werkelijk alle foto's uit hun omlijsting had verwijderd en vervangen door prentjes die ik uit oude tijdschriften en advertenties had gescheurd. Waar eerder mijn echtgenote met handtas klemvast onder de oksel stond te pronken onder de Eiffeltoren, stak nu de afbeelding van een afgeprijsde proscuittoham, 1,99 voor 100 gram.' (p. 88)

Het boek dat ik lees, is afhankelijk van mijn stemming en omgeving. De komst van een kind - om een voorbeeld te noemen - was de afgelopen acht maanden allesbepalend voor de boeken die ik las. De biografie van George W. Bush die al een half jaar bijna uit is maar nog net niet helemaal, een aangevreten biografie van Dries van Agt, een banketbakkerskookboek dat ik drie weken lang voor het slapengaan spelde en verschillende boeken die ik dagenlang meenam in de trein zonder er een letter van te lezen. Daarnaast las ik heus nog wel de nieuwste Tommy Wieringa en een oneindige hoeveelheid voorleesboeken. Mijn leesvoorkeur is zogezegd wispelturig. Wat dan helpt, is vlak voor het instappen een boek kopen dat ik meteen in de trein ga lezen. Niet te dik, niet te moeilijk. 

De laatkomer van Dimitri Verhulst is het perfecte boek voor een paar uur niet te dik, niet te moeilijk en erg fijn. De 74-jarige Désiré is zijn vrouw zo zat dat hij besluit te doen alsof hij dementeert. Na wat fratsen belandt hij in het medisch circuit en slaagt hij voor de dementietest. Hij mag naar het verzorgingshuis, champagne! Terwijl zijn vrouw en kinderen al over hem praten alsof hij er geen notie meer van heeft, ontmoet hij in Home Winterlicht zijn allereerste liefde met wie hij nooit dorst te kussen. Zij is inmiddels zeer dement. 

De laatkomer is lichtvoetig en met heerlijke Vlaamse humor geschreven. De lezer beschouwt de wereld van dementerenden door de ogen van een personage die slechts doet alsof. Daarmee zorgt Verhulst dat het boek geen slapstick wordt ten koste van dementerenden, maar maakt hij soms pijnlijk duidelijk hoe onze maatschappij met demente mensen omgaat.  

vrijdag 5 oktober 2012

Het Akropolis Genootschap en de slag om bladzijde 37. Tosca Menten

'Jullie moeten het niet doen. Die club is gevaarlijk. Die brengt ongeluk, kijk maar naar je moeder. En die mensen in dat boekje ook. Die zijn allemaal expres duur verkleed, als vermomming. Het is een boevenclub.'
'Hoe kom je daar nu bij?' vroeg Luuk verbaasd.
'Omdat niemand er normaal zo uitziet. Die doen net alsof ze heel goed zijn, met die gekke regels, maar ze doen stiekem geheime dingen. En die hond in de bosjes hoort daarbij...' (p. 24)

Luuk Nootje en zijn ouders kunnen een kwart miljoen erven van een verre oom. Daarvoor moeten ze wel wat doen: zonder toelating tot het rare Akropolis Genootschap kunnen ze fluiten naar hun centen. Om een plek te krijgen op pagina 37 van het befaamde Rode Boekje, krijgen ze de opdracht om hun huis geel te schilderen, Vader Jacob kattrù mè op een pijporgel te spelen en een afgerichte krokodil te nemen als huisdier. Teun ziet het helemaal niet zitten omdat hij bang is zijn vriendje Luuk kwijt te raken en dan er is nog die vreemde mevrouw met een poedel... 

Het Akropolis Genootschap en de slag om bladzijde 37 van Tosca Menten is dit jaar het geschenk van de kinderboekenweek. Het verhaal zit leuk in elkaar en leest als een trein. Voor mij. Voortdurend vroeg ik me tijdens het lezen af voor welke doelgroep het boekje is geschreven. Luuk en Teun lijken vrij jong te zijn, in de basisschoolleeftijd, terwijl ik het taalgebruik, de lengte van de zinnen en complexiteit van het verhaal geschikt vind voor jongeren vanaf een jaar of dertien, veertien. Misschien heb ik het mis. En dat betekent dat ik weer 's wat jeugdliteratuur op mijn leesplank moet zetten. Daar heb ik na het lezen van dit boekje in elk geval veel zin in. 

dinsdag 25 september 2012

Doe eens normaal man. Kustaw Bessems en Dirk Jacob Nieuwboer

'Een politicus die de schijn wil ophouden dat hij sorry zegt, zonder echt verantwoordelijkheid te nemen, kan ook nog zijn toevlucht nemen tot de 'het spijt mij áls'-constructie. Die wordt vaak gebruikt als anderen druk uitoefenen om iets goed te maken, terwijl degene die in de fout is gegaan vindt dat hij helemaal niks verkeerd heeft gedaan. Met 'het spijt me als' kan de politicus vaak door die situaties heen glibberen.' (p. 105)

Boeken over het hedendaagse politieke klimaat in Nederland moet je warm van de pers lezen, vind ik. Dan hebben ze hun hoogste actualiteitsgehalte en haal ik de genoemde voorbeelden nog vers uit mijn geheugen. Ondanks mijn boekenaanschafstop kocht ik dus Doe eens normaal man van Kustaw Bessems en Dirk Jacob Nieuwboer. Heerlijk om tijdens de finale van de verkiezingscampagne voor de Tweede Kamer te lezen.

Bessems en Nieuwboer lichten in hun boek zeven merkwaardige automatismen uit de Haagse politiek die we eigenlijk normaal zijn gaan vinden. Maar is het normaal om voortdurend uitspraken bezijden de waarheid te doen en hoe moeilijk is het om een fout toe te geven? Waarom gaan politici zo raar praten als ze in de Kamer komen? Daarbij leggen de auteurs niet alleen het vreemde gedrag en de typische communicatie van politici bloot, maar geven ze aan het eind van elk hoofdstuk adviezen hoe het ook kan. 
Het aantrekkelijke van het boek is dat de auteurs hun voorbeelden helemaal uitrafelen, inclusief uitgebreide citaten van de politici zelf. Op die manier wordt het de lezer vanzelf duidelijk hoe vreemd uitspraken soms zijn.  

Doe eens normaal man is een aanrader als je met plezier politiek bedrijft of beschouwt en verplichte kost voor hen die ongemerkt meegaan in het vreemde Haagse gedrag.

maandag 24 september 2012

De pianoman. Bernlef


'De eerste drie jaar van zijn leven sprak Thomas Boender geen woord. Zijn vader Jelle en zijn moeder Tsjitske zeiden alleen het hoognodige tegen elkaar. Monosyllaben die tussen hun strakke lippen op de glimmend gepolitoerde eetkamertafel ploften, daar even bleven liggen om vervolgens in de opnieuw ingetreden stilte op te gaan.' (p. 5)

Voor het boekenweekgeschenk van 2008 mocht Bernlef zijn pen aanroeren. Hij koos een actueel thema uit het nieuws en baseerde daar De pianoman op.
Thomas Boender groeit op op het platteland in het noorden van Nederland. Zijn ouders spreken nauwelijks met hem en te veel woorden worden met klappen van zijn vader bestraft. Als Thomas achttien is en vijfhonderd euro heeft gespaard, besluit hij te vertrekken. Van de wereld geen weet, komt hij via Amsterdam en Parijs in Groot-Brittannië terecht. Zijn geld is inmiddels opgemaakt door het meisje met wie hij reist. Berooid en zonder paspoort wordt hij opgepakt door de politie en in een instelling geplaatst. Thomas besluit geen woord te zeggen en alleen wat piano te spelen. Niet briljant zoals de media beweren, maar opvallend genoeg om publiciteit te krijgen. Het duurt dan nog een hele poos voordat bij zijn oude omgeving doordringt dat Thomas  de pianoman is.

De pianoman is een typisch boekenweekgeschenk. Vlot geschreven, geen diepere lagen en een rond, beknopt verhaal. Bernlef heeft zich goed van zijn taak gekweten.