Posts tonen met het label Debuut. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Debuut. Alle posts tonen

zondag 31 januari 2021

Binnenland. Elin Willows

'Mijn leven neemt geen plaats in. Alles wat ik mee heb genomen paste in een auto. (...) Ik kan niet terugverhuizen. Dat wist ik al toen ik vertrok. Niet zozeer omdat ik iets verliet, maar meer omdat ik een keus maakte.' (p. 81)

Een jonge vrouw uit Stockholm verhuist voor haar geliefde naar het noorden, naar een klein dorp tegen de poolcirkel. Nog voordat ze arriveert, weet ze dat de liefde geen stand zal houden. Toch besluit ze te blijven omdat ze niet weet wat ze anders zou moeten doen. 

Ze vindt een baan in de dorpssuper. Ze draait haar diensten, gaat op zaterdagavond met collega's op stap in het Hotel, leert iedereen uit het dorp kennen bij naam, maar ze komt er nooit tussen. Ze ervaart dat er in het noorden geen lente en herfst bestaan, hooguit een nazomer, waarna het gaat sneeuwen. Het is eindeloos licht of eindeloos donker. De mensen daar leven op dat ritme, wat haar lange tijd vreemd blijft.

Als ze niet werkt, is ze thuis op haar kamer bij haar hospita, of maakt ze een avondwandeling. Ze eet omdat het moet en ruimt alleen op als het niet anders kan. Ze gunt zichzelf weinig luxe, alleen op zaterdagen, als ze zich na het werk trakteert op een tijdschrift en een zak snoep. 

'Dat ik zoveel tijd in mijn eentje doorbreng zou moeten betekenen dat ik alles over mezelf leer. Maar het tegendeel is waar. Want dag in dag uit maak ik dezelfde situaties mee, waar ik op dezelfde manier op reageer. Ik leer niets meer bij.' (p. 125)

Deze twintiger uit Binnenland van Elin Willows koos bewust voor een leven in het noorden, in een rustig dorp waar de dagen overzichtelijk zijn. Langzaam verglijdt die overzichtelijkheid in eenzaamheid en leegte, nauwelijks in staat zelf sturing te geven aan haar leven omdat ze geen idee heeft wat ze zou willen. Geschetst tegen het weidse, noordelijke landschap is Binnenland een sfeervolle, korte roman die me meteen meenam. Heel geschikt voor een donkere winteravond. 

woensdag 12 september 2018

De nix. Nathan Hill

'Wat doe je als je erachter komt dat je volwassen leven een schijnvertoning is? Alles wat hij dacht bereikt te hebben - de publicatie van zijn boek, het contract, de baan als docent - had hij alleen gekregen omdat iemand zijn moeder een gunst verschuldigd was. Hij had er niets van verdiend. Hij is een oplichter. En hoe het voelt om een oplichter te zijn: leeg. Hij voelt zich hol. Verwoest. Waarom merken die mensen hem niet op? (...) Dan beseft hij dat dat een kinderachtig verlangen is, het equivalent van je moeder een schram laten zien zodat ze er een kusje op kan geven. Doe niet zo kinderachtig, houdt hij zichzelf voor.' (p. 681-682)

De laatste tijd las ik vrij veel serieuze literatuur, biografieën en memoires. Daar hou ik van, maar voor de afwisseling is het lekker om je te verliezen in een roman waarin je het liefst ongestoord blijft lezen tot het uit is. De nix van Nathan Hill leek me daar ideaal voor.  

Samuel is een universitair docent in Chicago en schrijver. Tenminste, hij zou een boek schrijven waarvoor hij een ruim voorschot heeft ontvangen, maar het lukt hem niet. Na werktijd vergeet hij de wereld om zich heen en speelt hij urenlang de game Elfscape. Op een dag wordt er een aanslag gepleegd op een presidentskandidaat. De dader blijkt Samuels moeder te zijn, die bij haar man en Samuel wegging toen hij een kind was. Hij gaat op zoek naar haar en reconstrueert gaandeweg zijn familiegeschiedenis. 

Het verhaal over Samuel, zijn moeder en opa, de demonstraties in Chicago in 1968, en de huidige Amerikaanse samenleving beslaat 700 pagina's. Een risico bij zo'n dikke roman is dat de schrijver nodeloos uitweidt over niet ter zake doende aspecten, maar Hill is erin geslaagd het boek zeer gestructureerd op te bouwen en de verhaallijnen en personages goed uit te spinnen, zonder dat het traag wordt. Hij maakt sprongen in de tijd die thans hip zijn in romans, maar hij doet dat goed. De terugblik op het verleden geeft voortdurend helderheid over het heden. Gaandeweg laat hij de lezer zien dat het verhaal niet zo zwart-wit is als het in het begin lijkt. Hill legt de vinger op de hypocrisie van het huidige Amerikaanse denken, bijvoorbeeld wanneer Pwnange milieuvriendelijke tassen koopt voor zijn boodschappen bij de natuurwinkel, die hij per luchtpost laat opsturen zodat hij ze snel heeft.  

Het taalgebruik van de Nederlandse vertaling van De nix is niet altijd even scherp, bijvoorbeeld: 'Faye had hier poëzielessen, en alleen al het juiste lokaal vinden was een beproeving die zowel haar geduld als haar ruimtelijke bewustzijn op de proef stelde.' (p. 458) Het soms haperende taalgebruik mag de pret niet drukken. De nix is een heerlijke roman die ik met plezier gelezen heb. 

maandag 29 januari 2018

Niemand is ooit verloren. Catherine Lacey

'Wat ik bedoelde was dat ik wist dat ik iets moest doen waarvan ik niet wist hoe het moest: weggaan op een volwassen manier, een redelijke manier, het probleem benoemen, de papieren invullen, al die volwassen dingen, maar ik wist dat dat niet het hele probleem was, dat ik niet alleen een scheiding van mijn man wilde, maar een scheiding van alles, een scheiding van mijn eigen geschiedenis; (...).' p. 100

Niemand is ooit verloren van Catherine Lacey is het verhaal van Elyria, een jonge vrouw uit Manhattan. Ze is soapserieschrijver en getrouwd met een universitair docent wiskunde. So far so good, zou je zeggen, maar niet voor Elyria. Ze kampt met trauma's die ze dankt aan haar alcoholverslaafde moeder en haar geliefde adoptiezus die zelfmoord pleegde. In Elyria houdt het wildebeest huis en ze is niet bij machte erover te praten of de juiste psychische hulp te zoeken. In plaats daarvan besluit ze onaangekondigd te vertrekken. Weg van haar man, weg van het leven dat ze leidt. Ze poogt afscheid te nemen van de schil die ze niet wil zijn of kan zijn.
Elyria vertrekt naar een vage kennis in Nieuw Zeeland, die weinig trek in haar komst blijkt te hebben. Dus zwerft Elyria rond, zonder plan, zonder doel en zonder geld. Zodra iemand zich enigszins om haar bekommert, vertrekt ze weer. Tegen ieders advies in neemt ze liften van mannen aan en slaapt ze in schuren, parken en bossen. Ze heeft geen ruimte in haar hoofd om te genieten van het land. Ze is alleen op zoek naar een plek waar haar hoofd haar met rust laat.
Als Elyria door een pijlstaartrog wordt gebeten, komt er een abrupt einde aan haar zwerftocht in Nieuw Zeeland: ze wordt opgenomen in het ziekenhuis waar de vreemdelingendienst constateert dat haar visum verlopen is. Ze wordt als ongewenste vreemdeling uitgezet, terug naar Amerika. Ook daar blijkt niemand op haar komst te wachten. Haar man heeft Elyria minutieus uit zijn leven gewist en ze lijkt verder nergens heen te kunnen.

Het verhaal wordt verteld door Elyria, vanuit het ik-perspectief. Daarmee wordt de lezer meegenomen in haar hoofd, wat het boek niet per se beter maakt. De lezer krijgt paginalange zinnen voorgeschoteld waarin Elyria zich vastdraait in haar waanideeën, kinderlijke redeneringen en ingebeelde monologen tegen haar man. Het komt nogal pathetisch over en ik erger me aan Elyria's houding om voortdurend weg te lopen voor haar problemen. Anderzijds is dat misschien wel de manier waarop iemand zichzelf volledig kwijt kan raken en langzaam afglijdt naar de zelfkant van het bestaan.

Tot slot verdient de Nederlandse titel van het boek een opmerking. Niemand is ooit verloren is een titel van hoop. Hoe groot je problemen ook zijn, er gloort altijd licht aan het einde van de tunnel. Juist daarom prikkelde het mijn nieuwsgierigheid en legde ik het boek halverwege niet weg. Ik wilde weten hoe het af zou lopen met Elyria. Voor haar gloorde er echter geen licht aan het einde van het boek. Nu bleek de oorspronkelijke titel Nobody Is Ever Missing te zijn. Aha. Elyria wilde zichzelf kwijtraken, zich van haar verleden en oude 'ik' ontdoen. Ze ontdekte dat je wel naar de andere kant van de wereld kunt reizen, maar dat je jezelf altijd bij je hebt hoe graag je jezelf ook wilt verliezen. Een titel als Niemand is ooit vermist zou meer recht aan de Nederlandse vertaling van het boek hebben gedaan.  

dinsdag 26 december 2017

Lampje. Annet Schaap

'Lampje staart maar weer naar haar kom. Naar de vlekken op het tafelkleed. Naar haar lepel vol pap. 
Get-ver. Ze zegt het niet, maar ze denkt het wel. 
Grutjes! zegt haar moeder in haar hoofd. Die vond je vroeger heerlijk. 
Lampje gelooft er niks van. Ze laat de pap van haar lepel druipen. Slijmerig. 
Ik gaf ze je altijd toen je nog een baby was, weet je dat niet meer? Proef maar, mmm!
Aan de andere kant van de tafel propt de magere man grote happen van het spul in zijn mond, het druipt langs zijn kin. Ze zet haar lepel weer in haar kom. Haar maag zit dicht. 
Je moet wel wat eten. Haar moeder geeft niet op. Toe. Een beetje moed voor de dag die komt.' (p. 71-72)

Terwijl ik me door Het monster van Essex worstelde, waarin geen monster zich liet zien, gaf de goede Sint me Lampje van Annet Schaap cadeau. Halverwege het eerste boek besloot ik het tweede te lezen. Zonder in de titel de verwachting te scheppen over monsters, bleek Lampje een fantastisch verhaal te zijn over een monster en andere opmerkelijke figuren. Ik las het in hoog tempo waarbij alle emoties die een boek kan losmaken, me vergezelden. 

Lampje is een meisje dat met haar vader in de vuurtoren woont. Omdat haar vader een been mist en meestal dronken is, moet Lampje twee keer per dag de toren in om de vuurtoren te ontsteken en te doven. Als op een dag de lucifers op zijn, gaat Lampje het dorp in om nieuwe te halen. Het stormt en het water stijgt. Lampje is niet op tijd terug om de vuurtorenlamp te ontsteken. Die nacht vergaat er een schip dat tegen de rots voor de kust vaart. De vader van Lampje wordt opgesloten in de vuurtoren en Lampje moet zeven jaar werken in het Zwarte Huis van meneer de Admiraal. Lampje kent daar een liedje over: Het Zwarte Huis, het monsterhuis, daar hebben ze een monster thuis...

Lampje is moedig, ontwapenend en nieuwsgierig. Vergezeld door de stem van haar overleden moeder en van objecten die tegen haar lijken te praten, gaat Lampje aan het werk in het huis en op onderzoek uit. Ze weet de vreemde bewoners van het huis voor zich te winnen en sluit vriendschap met het monster. Lampje laat zien dat kleine meisjes soms grotere helden zijn dan ferme kerels. 

Lampje van Annet Schaap is een prachtig jeugdboek over goed en kwaad, liefde en verlies, schuld en vergeving. Het boek is fraai vormgegeven en verluchtigd met tekeningen van Annet Schaap zelf. Ook als je geen kind van tien bent, is dit een ontroerend mooi boek dat je met genoegen zult lezen.

donderdag 3 september 2015

Wild. Cheryl Strayed

"Uncertain as I was I pushed forward, I felt right in my pushing, as if the effort itself meant something. That perhaps being amidst the undesecrated beauty of the wilderness meant I too could be undesecrated, regardless of what I'd lost or what had been taken from me, regardless of the regrettable things that had been done to me. Of all the things I'd been skeptical about, I didn't feel skeptical about this: the wilderness had a clarity that included me." (p. 143)

Deze zomer plande ik een fietstocht van zes dagen door Nederland, alleen. Tent, kookspullen, matje en slaapzak op de fiets, kop in de wind en gaan. Vooraf vroeg welhaast iedereen aan wie ik dat vertelde: "Alleen..? Vind je dat niet vreselijk éng?" 
Eén collega reageerde onverdeeld enthousiast en adviseerde me Wild van Cheryl Strayed in mijn fietstas te stoppen. Dat deed ik. In het Engels, zodat ik aan één boek tijdens mijn zesdaagse genoeg zou hebben. 

Cheryl Strayed verliest als ze begin twintig is haar moeder. Het moeizaam bijeen gehouden gezin valt uit elkaar en Strayed besluit te scheiden van haar fijne man, gebroken als ze is door het verlies van haar moeder. Ze stopt met haar opleiding en krijgt een verkeerd vriendje met wie ze heroïne spuit. Dan valt haar oog op een boek over de Pacific Crest Trail (PCT), een wandelpad van Mexico tot Canada door de wildernis. Ze besluit dat het roer om moet en de PCT te gaan lopen. 

Niet gehinderd door kennis van kaartlezen en lopen op kompas (dat boek over kompasgebruik zit ergens onder in haar rugzak, omdat ze er vooraf niet aan toe kwam het te lezen) en zonder enige outdoorervaring, gaat ze met een loodzware rugzak met fancy hikespullen op pad, alleen.

Strayed maakt in de eerste weken alle fouten die mogelijk zijn, tot haar eigen ergernis. Ze verdwaalt, loopt blessures op van haar te zware rugzak en te kleine schoenen, heeft geen idee hoe haar waterzuiveraar werkt en heeft de verkeerde brandstof in haar kooktoestel gedaan. Bij haar eerste stop in de bewoonde wereld geeft ze te veel geld uit waardoor ze de overige maanden nauwelijks nog wat te besteden heeft. Ze treft beren en slangen op haar pad, sneeuw, kou en hitte.

En ze treft mensen. PCT-hikers die haar helpen haar rugzak te verlichten, advies geven en de ontberingen delen. Vreemden die haar een lift geven, een diner aanbieden en een bed. Slechts een enkele keer komt ze mensen tegen die kwaad in de zin hebben.

In Wild neemt Cheryl Strayed de lezer mee op een schitterende tocht in de wildernis en in haar zoektocht naar haarzelf, haar afkomst en toekomst. Ze is ontwapenend en dapper en uiteindelijk ontzettend stoer.

Wild relativeerde mijn fietstocht door Nederland uiteraard. Ik was voorbereid en ervaren en nee, natuurlijk was ik niet bang. Onderweg trof ik vriendelijke andere vakantiefietsers. Eén van hen zei: "Nadat ik Wild gelezen had, wilde ik mijn rugzak pakken en die tocht gaan lopen." En dat begrijp ik nu.   

donderdag 29 december 2011

HhhH. Himmlers hersens heten Heydrich. Laurent Binet

'Geen enkele lezer zal die lijst met namen onthouden, en waarom zou hij ook? Voordat er ook maar iets in het geheugen blijft hangen moet het eerst in literatuur worden veranderd. Het is ellendig, maar het is niet anders. Ik weet nu al dat alleen de Moravecs en misschien de Fafeks een plaats zullen krijgen in mijn verhaalstructuur. De Svatos, de Nováks en de Zelenka's, nog afgezien van al die mensen van wie ik de naam of het bestaan niet ken, zullen naar de vergetelheid terugkeren. En een naam is maar een naam, in feite. Ik denk aan hen allen. Ik wil hun iets zeggen. En als niemand me hoort, is dat niet erg. Niet voor hen en niet voor mij. Misschien zal ergens op een dag iemand die behoefte aan troost heeft, het verhaal schrijven van de Nováks en de Svatos, van de Zelenka's of de Fafeks'. (p. 191-192)

Door het jaar heen ben ik een trage lezer. Toen ik HhhH van Laurent Binet aanschafte, wilde ik er ruim de tijd en concentratie voor hebben. Ik stak het boek in mijn rugzak naar Canada en las het in de uren achterin de bus, bovenop de Rocky Mountains en bij het schemerlicht van het kampvuur in één ruk uit. Waanzinnig. 

HhhH gaat over Operatie Anthropoid: de aanslag op Heydrich, de beul van Praag, op 27 mei 1942. De mislukte aanslag had gruwelijke gevolgen. Hitler besloot als vergelding twee Tsjechische dorpen plat te gooien en duizenden mensen te vermoorden. Binet schrijft de geschiedenis aan de hand van de twee aanslagplegers Kubis en Gabcik. Dat maakt de hele grote gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog - die Binet razend knap in ruim 300 pagina's beschrijft - ineens tastbaar en persoonlijk. Boven dat verhaal, of tussen, worstelt Binet zelf met de vraag of hij historische feiten mag vermengen met fictie om het verhaal te smeren of meer beeldend te maken.

Nog nooit heb ik een boek gelezen over de Tweede Wereldoorlog dat zowel algemeen als in detail ingaat op de oorlogsstrategie en de gevolgen daarvan. Binet is enorm gedocumenteerd en toont een grote belezenheid. Dat hij zulke zware kost leesbaar maakt door het te verluchtigen met humor en de lezer aan te spreken, verdient veel respect. Een groot literair werk.

zondag 18 december 2011

De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween. Jonas Jonasson

'Allan vroeg zich af waarom hij de grote grijze koffer had gestolen. Misschien gewoon omdat het mogelijk was geweest? Of omdat de eigenaar ervan een lomperik was? Of omdat er misschien een paar schoenen en zelfs een hoed in zouden zitten? Of omdat de oude man niets te verliezen had? Hij wist het niet. Als het leven overuren maakt, is het eenvoudig om jezelf vrijheden te veroorloven, dacht hij terwijl hij het zich gemakkelijk maakte.' (p. 13)

Waarom blijven sommige boeken steeds naar je knipogen in de winkel? Ik heb het me vaker afgevraagd. Alleen al bij het lezen van de titel van De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween ging mijn fantasie met me op de loop. Ik ging overstag en genoot 358 pagina's lang.

Allan Karlsson heeft geen zin in zijn honderdste verjaardagsfeestje en besluit weg te lopen uit het bejaardenhuis. Op weg naar de bus steelt hij per ongeluk een koffer met een fortuin aan bankbiljetten. Achterna gezeten door de politie en een stel criminelen maakt Allan een tocht door Zweden en verzamelt hij een bont gezelschap om zich heen. Af en toe valt er een dode, maar allez, we kunnen het de olifant Sonja toch niet kwalijk nemen dat ze ging zitten op het moment dat een van de criminelen achter haar stond?
De hoofdstukken over de tocht van de honderdjarige Allan zijn gelardeerd met hoofdstukken die zijn levensverhaal vormen. Door bizarre toevalligheden adviseerde de autodidacte atoombomspecialist Allan in zijn leven talloze wereldleiders. Zonder zijn naïeve bemiddeling had de wereld er veel slechter uitgezien.

Soms vind ik het jammer dat ik de laatste pagina omsla. De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween van Jonas Jonasson is een heerlijk boek. Lees het.

zaterdag 16 juli 2011

James Worthy

'Mijn uitgever, meneer Van Groningen, loopt op me af met twee slecht getapte biertjes in zijn hand. 'James, doe iets met deze pijn. Schrijf het van je af, maak literatuur van Polly. Vertel! Hoe zien je dagen eruit?'
Ik pak een biertje uit zijn hand, kijk naar zijn patserige klokje en zucht diep. 'Het is een teringbende, Van Groningen, ik zit vast in een web van porno, lege pizzadozen en goedkope pils. Mijn avondeten bestaat uit Choco Pops of magnetronloempia's. In de douche staan acht flessen shampoo, zeven ervan zijn leeg en ik heb vaak pas na vijf keer proberen de volle fles in mijn klauwen. Dan ben ik nog niet eens over de vrouwen begonnen.' (p. 68)

Een nieuwe ster meldt zich aan het firmament. Althans, zo presenteert hij zichzelf en een groepje volgelingen om hem heen. James Worthy debuteert met een roman met de eenvoudige titel James Worthy. Gehyped door de boekhandel met grote stapels in de looproute en hieperdepiepteksten van zijn vrienden op de achterflap, is de marketing van het boek sterk. Tegelijk is dat voor mij een alarmbel. Na aankoop van het boek op 21 mei schreef ik voorin: 'Uit nieuwsgierigheid. Eigenlijk spreekt de achterkant me meer tegen dan aan.'

James Worthy doet me in thematiek denken aan de boeken die ik op mijn achttiende las van Giphart en Zwagerman. Geschikt voor jongvolwassenen, onbevangen over seks, liefde, vriendschappen en de keuzes voor de toekomst. En daarmee houdt elke vergelijking op. James Worthy is niet grappig, nee sterker, zijn grappen zijn slecht en kinderlijk. Als een cabaretier teksten als '...uitgegeven door De Vlezige Dij,' (p. 16) of 'Vooral als we met z'n tweeën op stap gaan, is het hek van de spreekwoordelijke sletjesdam,' (p. 98) zou bezigen, zou de halve zaal voor de pauze al opstappen. Worthy is grof zonder dat het schuurt en of een spiegel is. Een plat verhaal over de wereld die nietsontziend draait om Worthy zelf.

Na het lezen van James Worthy weet ik een paar dingen:
- Ik ben niet de doelgroep voor dit boek. Het zal ongetwijfeld aftrek vinden bij jongvolwassenen, die hopelijk toch eerder literatuur van Wolkers, Grunberg, Giphart of Zwagerman uit de boekenkast pakken.
- Er wordt te veel troep uitgebracht op de Nederlandse boekenmarkt en die zeepbel lijkt as we speak te knappen.
- Mijn waardering voor de soms ongepolijste maar doorwrochte en tintelende debuten van bijvoorbeeld Victoria, Pollux en Rovers is na het lezen van Worthy en Waumans huizenhoog gestegen. Een roman schrijven is een vak. Dat vraagt intelligentie, inspanning en de discipline om net zo lang te prutsen aan de tekst totdat de puzzel klopt.

James Worthy noemt zichzelf steevast dat schrijvertje. Ik hoop dat hij over zijn eigen schaduw kan heenstappen om een schrijver te worden.

donderdag 16 juni 2011

Als je de stad binnenrijdt. Rob Waumans

'Boven het tafeltje naast de koffieautomaat hangt een kalender van de gemeente. Elke maand heeft een foto van een kunstwerk in de stad. Ik heb de kalender eens doorgebladerd en vond geen enkele maand mooi. Wel kon ik van negen van de twaalf kunstprojecten de exacte locatie noemen.' (p.10)

Al eerder schreef ik het. Ik hou van literaire debuten. Leeftijdgenoten die hun eerste, soms wat onbeholpen maar levenskrachtige pennenvruchten mogen publiceren omdat uitgevers erin geloven. Ruwe diamanten die met hard werken en het geluk van de juiste tijdgeest geslepen hopen te worden.

In Als je de stad binnenrijdt van Rob Waumans verhaalt Gert Verhulst over zijn bestaan als parkeerwachter in Amsterdam. Hij leeft de regels strikt na en houdt het aantal boetes dat hij per dag schrijft bij in een excelbestand. Dat zijn collega's liever koffie drinken dan boetes geven, vindt hij onbegrijpelijk.

Rob Waumans toont met Als je de stad binnenrijdt geenszins het karakter van een ruwe diamant. Eerder dat van een stuk beton dat hij naar believen in elke gewenste vorm giet. Voor dit boek kwam de gietvorm van Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht van Mark Haddon goed van pas. Iets té goed. Al op pagina 10 - bij het citaat hierboven - erger ik me aan de overgenomen stijl die bij Waumans een geïmiteerd maniertje wordt. Dat mondt uit in een kinderlijke toon waar Waumans bovendien regelmatig uitvalt met volwassen zinnen als 'Ik ervaar onze verbondenheid' (p. 223).

Die onregelmatigheid in de stijl en toon zorgen voor een niet-consistent karakter van de hoofdpersoon. De doorgaans naïef-emotieloze Gert kan zonder aanleiding asociaal ontvlammen of emoties verwoorden.
Een goede schrijver is in staat me te laten meeleven met de grootste moordenaar, naïeveling of kat. Bij deze Gert voel ik op geen enkel moment compassie. Niet als hij kwaad wordt op zijn naamgenoot Gert van Samson en niet als zijn moeder sterft.

In Als je de stad binnenrijdt ontbreekt de intelligentie en de bevlogenheid die ik in romans van andere debutanten proef. Maar allez. Waumans heeft - hoe dan ook - het geluk van de juiste tijdgeest.

zondag 6 maart 2011

Elf. Daniël Rovers


'Zo lang hij zich kon herinneren had zijn leeftijd hem altijd hogelijk verbaasd. Hij, zeven jaar? Hij, zestien jaar, hij zevenendertig? Oud worden was een tamelijk lange omweg naar de kindertijd, en als volwassene ging het erom het spelplezier van weleer terug te vinden; het boodschappenkarretje van Delhaize moest je met hetzelfde plezier over de supermarkttegels duwen waarmee je vroeger op je crossfietsje in november over de bestoppelde akker van een maïsveld reed. Het was haalbaar, dit terug-naar-de-verloren-tijd-ideaal, je moest er alleen verdomd hard voor werken.' (p. 149-150)

Als ik start een boek te lezen, tracht ik mezelf te bedwingen en niet de achterkant te lezen. Een boek moet voor zich spreken en niet half verraden worden door de tekst op de achterkant. In dezen was het handiger geweest als ik dat wel gedaan had. Nu begreep ik pas op het allerlaatste moment dat de elf personages die beschreven worden in elf hoofdstukken uit Elf van Daniël Rovers de vrienden van de verteller zijn en dat dat hun onderlinge relatie is.

Het uitgangspunt van de roman is mooi in zijn eenvoud. De verteller ziet tijdens een etentje met vrienden bij hem thuis in dat 'alle aanwezigen aan tafel er over enkele decennia niet meer - nooit meer - zouden zijn' (p. 155). Hij schrijft over alle elf een hoofdstuk. De hoofdstukken zijn uitstekend los van elkaar te lezen, wat dit boek geschikt maakte voor mij in de drukke verkiezingsmaand.

Het zijn mooie verhalen, herkenbaar want over generatiegenoten en tegelijk met weinig emotie, zakelijk geschreven. Rovers heeft een opvallend constante schrijfstijl, wat ik bij andere jonge romandebutanten vaak vind ontbreken.

Wat is nu mijn eindoordeel? Ik weet het niet. Het boek is technisch en literair in orde en toch denk ik dat ik het volgende week vergeten ben. Het heeft me niet geraakt. Dat zegt wellicht niks over Elf en meer over mijn eigen platgeslagenheid door de afgelopen maand. Laat Rovers blijven schrijven, dan oordeel ik graag opnieuw.

zondag 23 januari 2011

Clausewitz. Joost de Vries


'Remt zag het lichtje heen en weer hobbelen, over het zand, en zag het recht op hem afkomen. De sigaret was een kleine, gedrongen man. Langzaam kon Remt de details onderscheiden; hij had dik krullend haar dat inmiddels grijs was, en een gerimpelde zongebruinde huid, perkament. Het leek hem een echte Griek.
De man liep mank, Remt merkte dat hij zich even inhield, alsof hij twijfelde of hij wel echt naar hem toe zou komen. Uiteindelijk liep hij door totdat hij pal voor Remt stond.
- Goedenavond, zei Remt, in het Engels.
- Goedenmorgen liever, zei de man terug.' (p. 182)

Je bent in 1983 geboren, studeert journalistiek en geschiedenis en schrijft daarna een boek. Dan verschijnt er een recensie in de NRC waarin je wordt vergeleken met Mulisch. Wat?!
Dat overkwam Joost de Vries met zijn boek Clausewitz. Een eervoller compliment is voor een debutant ondenkbaar, maar hemel, welke druk legt het op je schouders? In de categorie 'moderne grillen' was de nieuwsgierigheid van Perron 500 gewekt.

In Clausewitz onderzoekt promovendus Modderman, alias Neus, het leven van schrijver Ferdynand LeFebvre, die jaren geleden in het niets verdween. Aanvankelijk wil hij zich er gemakkelijk vanaf maken door een gevonden onbekende studie over te typen en een briefwisseling tussen LeFebvre en zijn vader in de bijlagen te stoppen. Dan vraagt zijn beste vriend de uitgever aan hem een boekje te schrijven. Neus gaat op tocht langs alle nog levende cultfiguren uit de kring van LeFebvre. Dat mondt uit in bonte verzameling van levensverhalen waarbij de promovendus de scherpe lijn tussen feit en fictie ten slotte zelf verliest.

Debuutromans van jonge schrijvers - mits van enige basiskwaliteit - vind ik buitengewoon fascinerend. De Vries lijkt álles te geven wat hij in zich heeft. Tot halverwege het boek leidt dat tot onevenredig ingewikkelde verhandelingen en moeilijke woorden. Dan slaat het taalgebruik om, lijkt De Vries zich ontdaan te hebben van de balast en wordt de toon relaxter, de schrijfstijl soepeler. Die onbalans wordt ruimschoots gecompenseerd door het jonge-hondenenthousiasme dat van het boek spat.

Wat ik mooi vind, zijn de foto's. Haast onopvallend en getroffen. Mag dat in een roman? Ja hoor. En dan de intertekstualiteit. De hoofdpersoon heet bijvoorbeeld T.S.E. Modderman. De initialen van T.S. Eliot? In de geciteerde brief van Ditrich Ernst zur Lahn gebruikt De Vries geen hoofdletters bij topografische bijvoeglijke naamwoorden: '...franse scherpschutter [...] russisch vuur...'. (p. 143). Een verwijzing naar Mulisch die dat ook systematisch weigerde?
Deze literaire verwijzingen en de verhalen uit de geschiedenis vermengd met aardse termen als 'linkse hobby' (p. 204), maakt dat Clausewitz literatuur van de nieuwe generatie is met een historisch besef als stevig fundament.

woensdag 18 augustus 2010

Het gelijk van Heisenberg. Frans Pollux


"Toen noemde iemand mijn achternaam.
'Smaakt de soep?'
Ik wilde achter me kijken welke kennis toevallig dezelfde dag en hetzelfde tijdstip had uitgekozen om een - en dan ook nog net toevallig deze - alpentop te bestormen, maar de stem sprak zacht: 'Nee, draai je niet om, Syris. Je kent me niet.' Hier liet de mannenstem een mysterieus bedoelde pauze vallen. 'Ik ken jou ook niet, maar ik weet wie je bent.'
Ik hoorde meteen dat ik met een aansteller van doen had." (p. 106)

Tijdens een vakantie waarin inlands (hemel-) water de boventoon voerde, las ik Het gelijk van Heisenberg van Frans Pollux. Een boek dat zich afspeelt op zee, verdraag ik bijzonder slecht. Water over land kan me niet genoeg stromen. En stromen doet het, kolken, razen. Een surrealistische beleving tussen heden en toekomst, mogelijk en fantastisch, dichtbij en veraf.

Dichtbij betekent zowel de plaats waar de roman over extreme marktwerking en neoliberalisme zich afspeelt (Venlo, Grubbenvorst), als gevoelsmatig. Pollux en ik groeiden op een afstand van 60 kilometer van elkaar op en zijn even oud. Ik lees in zijn boek mijn taal; in zinsbouw, in details als "Ze stond boontjes te breken in de keuken." (p. 212), "een vervelende nasmaak in mijn mond die ik normaal alleen van Bavaria krijg..," (p. 233) en "luister makker..." (p. 250). Het is een dichtbij van het soort waarmee je een avond in de kroeg hangt en Kronenbourg 1664 drinkt. Herkenbaar en in de context van het boek tegelijkertijd unheimisch.

Pollux is in zijn debuutroman niet bescheiden. Hij vliegt, zonder schroom er het grootste van het grootste bij te halen, hier en daar enthousiast uit de bocht. De verknipte verhaallijnen passen als een knappe puzzel en laten geen onaffe uiteindes na. De intertekstualiteit spat van het boek, waarin 1984 van Orwell en De meester en Margarita van Boelgakov mij het meest in het oog springen.

Het gelijk van Heisenberg is met ambitie geschreven. Zo hoort dat. Blijf trouw aan je afkomst, doe groot en word groot.

zondag 25 juli 2010

Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won [en dat het me spijt]. Ivo Victoria


"Soigneer uw haar. Een mens is het verplicht aan zijn talent. Mensen vragen mij weleens waar ik dat talent en die vista vandaan heb. Ik weet het niet. Het is er altijd al geweest..." (p. 113-114)

Vroeger, als ik samen met mijn vader naar de Tour de France keek op warme zomernamiddagen, wist ik het zeker. Dat kan ik ook. Zet mij maar op mijn kinderfietsje aan de start en ik pedeleer soepel mee. Pa hielp me fijntjes uit de droom en daar bleef het bij.

Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won [en dat het me spijt] van Ivo Victoria is het relaas van het 't venteke Victoria bij wie de fantasie wel op hol slaat bij de gedachte aan meefietsen in de Tour. Zijn goedgelovige vriendje Dries maakt hij deelgenoot van zijn geheim dat hij de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen meefietst en etappe na etappe wint. "Ik hoef die publicitaire aandacht niet zo nodig. Ik wil nog een gewone jeugd kunnen hebben. Dat begrijpt Dries." (p. 14)

De romanpersonage Victoria verzint een prachtig leven bijeen. Hij gaat het maken, hij heeft de talenten, al het andere is te min. Het enige talent wat hij werkelijk blijkt te hebben, is dat van een notoire opschepper.

Hoe ik nimmer... is een vlot vertelde roman en voorzien van heerlijke Vlaamse humor tegen de achtergrond van een grauw Belgisch dorp. Ideaal boek voor juli-avonden als de heren van de Tour de France hun ambitie onderwijl echt waarmaken.

vrijdag 13 november 2009

De tramrace. F.B. Hotz


De titel van dit korte verhaal klinkt hopeloos ouderwets: De tramrace. En in ouderwetse trant is het verhaal verschreven. Waar in Nederland is heden ten dage ruimte om met trams te racen? In een dorp waar de protestanten zich aan de ene zijde van de rails verzamelen, met op veilige afstand de katholieken aan de andere zijde van de rails. Alleen de dominee begeeft zich onder de katholieken. Of is dat omdat hij anders tegen de namiddagzon inkijkt?

Uit de hoogte kijkt God mee, maar daar laat Hotz het niet bij. Eén van de trams verongelukt. Vier zusjes komen op gruwelijke wijze om het leven, waaronder het mooiste meisje van het dorp. Boer Boon, die het meisje aanbidt, gaat op zijn knieën en vraagt God de tijd een uur terug te zetten: "Ik zal dan op de rails gaan liggen, ik zal met de armen uitgestrekt voor de locomotieven staan." Welja. God vindt ook dat het ongeluk te erg is en draait de klok een kwartiertje terug. De meisjes huilen van de schrik en boer Boon gaat voortaan zonder benen door het leven.

De tramrace is een ouderwetse vertelling met een opvallend moderne wending.

vrijdag 19 juni 2009

Het diner. Herman Koch


Tijdens het uitzoeken van een nieuwe titel voor Perron 500, werd Het diner van Herman Koch geopperd. Het is niet onze keuze voor de volgende keer, maar ik was nieuwsgierig. Kan Koch een roman schrijven?


Het antwoord luidt ja. De structuur van de roman is helder. Koch vergrijpt zich niet aan een te grote gelaagdheid waardoor hij de lezer vlot het verhaal in zuigt. Twee broers en hun vrouwen gaan dineren op chic. Een van de twee heren is de beoogd minister-president. Onder de glanzende oppervlakte verbergen beide gezinnen zeer ernstig gedrag van hun zoons. Eigenlijk moet daarover gepraat, en vooral een strategie worden bedacht waardoor de schade voor de kandidaat-mp kan worden geminimaliseerd.



Koch snijdt serieuze, hedendaagse problematiek aan die hij geraffineerd combineert met kritiek op de uiterlijke schijn van politici en de eigenaardigheden van gewoontes in een restaurant. Ik heb het boek in rap tempo gelezen en me kostelijk vermaakt.