zondag 14 februari 2021

Oliver Twist. Tiny Fisscher, naar Charles Dickens

'Oliver werd in een werkhuis geboren. Zijn moeder was die nacht in de stromende regen op straat gevonden, uitgeput en op kapotte schoenen. Niemand wist waar de jonge vrouw vandaan kwam of hoe ze heette, maar haar dikke buik maakte duidelijk dat ze op het punt stond een baby te krijgen. Ze werd snel naar een nabijgelegen werkhuis gebracht.' (p. 11).

Oliver's moeder sterft meteen na zijn geboorte en Oliver groeit op in een werkhuis waar de kinderen zeer slecht behandeld worden. Hij weet te vluchten en loopt naar Londen. Daar valt hij in handen van criminelen die hem opdragen zakken te rollen. Als hij bij overval wordt opgepakt en tijdens de rechtzitting ziek wordt, wordt hij meegenomen en verzorgd door de man wiens zakken hij rolde. Langzaam ontdekt Oliver dat hij misschien toch nog familie heeft en sommige mensen een ander belang hebben dan hem de waarheid over zijn afkomst te vertellen. 

Oliver Twist, een van de beroemde boeken van Charles Dickens, geschreven rond 1838, is opnieuw uitgebracht. En niet zomaar. Tiny Fisscher maakte een sterk bewerkte hertaling, waarbij ze zowel de taal als de stijl grondig aanpakte. Lange uitweidingen kortte ze in omdat ze vindt dat een boek als Oliver Twist het verdient om door een groot publiek gelezen te worden, 'ook door volwassenen die niet meer door de weliswaar prachtige, maar wollige en breedsprakige taal van Dickens heen komen', schrijft ze in het nawoord. Dat is haar uitstekend gelukt. Het is een vlot verhaal in overzichtelijke hoofdstukken en prachtige tekeningen van Annette Fienieg. 

Ik ben enorm blij met de tendens om klassieke (jeugd)literatuur te hertalen naar toegankelijk Nederlands dat past bij deze tijd. Het is niet meer realistisch om van onze kinderen en onszelf te verwachten dat we ons door de oude, taaie taal heen werken om literatuur van bijna twee eeuwen terug te leren kennen. We kunnen dus kiezen: of we lezen de oude werken niet meer waarmee ze verdwijnen uit onze collectieve boekenkast, of we hertalen ze waardoor de verhalen nog heel lang tot ons literair domein behoren. Wat mij betreft een simpele keuze. Graag meer van dit soort prachtige uitgaven.

zaterdag 6 februari 2021

Jaguarman. Mijn vader, zijn vader en andere Surinaamse helden. Raoul de Jong

'Elders op de wereld werd de geboorte van het kindeke Jezus gevierd. Hier was alleen de donkere, levende jungle. Die ademde en praatte en de mensen die erin leefden hielp om het leven te vieren. Ik ben blij dat u me dat heeft laten zien, Jaguarman. Ik ben blij dat ik gezien heb dat in dit leven ook zo'n soort leven mogelijk is. Het helpt me bij het maken van onderscheid tussen zin en onzin, hier tussen de flatgebouwen.' (p. 159) 

In Jaguarman gaat Raoul de Jong op zoek naar zijn Surinaamse oervader, Jaguarman. In die zoektocht, die start bij zijn vader die hij pas op zijn 28e bewust ontmoet, gaat hij zijn familiebanden na, maar zoekt hij ook verder. Hij voert een tocht langs Surinaamse verzetshelden, schrijvers, historici, cultuur- en natuurbeschermers en intellectuelen, om zo uit te komen bij Jaguarman, bij de oerkracht die het Surinaamse volk op de been heeft gehouden. 

De kapstok van het boek is een achtdaags wintiritueel, thuis in De Jong's Rotterdamse appartement, waar de ik-persoon tegen Jaguarman praat. Zo ontstaat er een mystieke, sprookjesachtige sfeer met fraaie zinnen, terwijl het boek tegelijkertijd een index is van de belangrijkste Surinaamse schrijvers en werken, vol van citaten die vloeiend in de rode draad van het verhaal geweven zijn. 

Jaguarman laat zich door deze opzet niet duiden als een louter journalistiek werk of enkel een roman. Het is beide, en misschien meer. De Jong vertelt, vertelt. En verhalenvertellers zijn noodzakelijk in alle tijden, om elkaar te blijven begrijpen. 

Tot slot. Niet op de middelbare school, noch tijdens mijn studie Nederlandse taal- en letterkunde in Nijmegen, was er aandacht voor Nederlandse literatuur (en daarmee voor de geschiedenis) van de voormalige koloniën. Natuurlijk, Multatuli en Haasse kwamen voorbij, maar geen auteurs die daadwerkelijk hun wortels hadden in Indonesië, Suriname of de Antillen. Achteraf verbaas ik me daarover, en tracht ik - enigszins beschaamd dat ik het destijds zelf ook niet zag - een inhaalslag te maken. Ik hoop dat Jaguarman van Raoul de Jong eraan bijdraagt om meer literatuur met Surinaamse wortels voor een breder publiek te ontsluiten.  

zondag 31 januari 2021

Binnenland. Elin Willows

'Mijn leven neemt geen plaats in. Alles wat ik mee heb genomen paste in een auto. (...) Ik kan niet terugverhuizen. Dat wist ik al toen ik vertrok. Niet zozeer omdat ik iets verliet, maar meer omdat ik een keus maakte.' (p. 81)

Een jonge vrouw uit Stockholm verhuist voor haar geliefde naar het noorden, naar een klein dorp tegen de poolcirkel. Nog voordat ze arriveert, weet ze dat de liefde geen stand zal houden. Toch besluit ze te blijven omdat ze niet weet wat ze anders zou moeten doen. 

Ze vindt een baan in de dorpssuper. Ze draait haar diensten, gaat op zaterdagavond met collega's op stap in het Hotel, leert iedereen uit het dorp kennen bij naam, maar ze komt er nooit tussen. Ze ervaart dat er in het noorden geen lente en herfst bestaan, hooguit een nazomer, waarna het gaat sneeuwen. Het is eindeloos licht of eindeloos donker. De mensen daar leven op dat ritme, wat haar lange tijd vreemd blijft.

Als ze niet werkt, is ze thuis op haar kamer bij haar hospita, of maakt ze een avondwandeling. Ze eet omdat het moet en ruimt alleen op als het niet anders kan. Ze gunt zichzelf weinig luxe, alleen op zaterdagen, als ze zich na het werk trakteert op een tijdschrift en een zak snoep. 

'Dat ik zoveel tijd in mijn eentje doorbreng zou moeten betekenen dat ik alles over mezelf leer. Maar het tegendeel is waar. Want dag in dag uit maak ik dezelfde situaties mee, waar ik op dezelfde manier op reageer. Ik leer niets meer bij.' (p. 125)

Deze twintiger uit Binnenland van Elin Willows koos bewust voor een leven in het noorden, in een rustig dorp waar de dagen overzichtelijk zijn. Langzaam verglijdt die overzichtelijkheid in eenzaamheid en leegte, nauwelijks in staat zelf sturing te geven aan haar leven omdat ze geen idee heeft wat ze zou willen. Geschetst tegen het weidse, noordelijke landschap is Binnenland een sfeervolle, korte roman die me meteen meenam. Heel geschikt voor een donkere winteravond. 

zondag 17 januari 2021

De terugkeer. Esther Gerritsen

Jennie is vijf als haar vader sterft. Zelfmoord, heeft ze altijd te horen gekregen. Ze weet niet beter dan dat haar vader depressief op de bank lag. Veel anderen herinneringen aan hem heeft ze niet. Ook haar oudere broer Max herinnert zich zijn vader vooral op de bank en een moeder die zo goed mogelijk voor haar man Gerrit en de kinderen zorgde. Op de ochtend na de dood van zijn vader, is het Max die hem vindt. 

Twintig jaar later heeft Max zijn leven overzichtelijk vormgegeven met een vrouw, dochter en een hoveniersbedrijf. Het verleden heeft hij zorgvuldig opgeborgen in zijn hoofd. Veel contact maakt hij niet met anderen; vragen naar zijn gevoel beantwoordt hij enkel met: 'ik was het die hem vond' en daarmee is de kous af. 

Het is Jennie die een spade in het verleden zet als ze in het ouderlijk huis een map vindt met foto's van het overlijden van hun vader. Ze ontdekt dat er destijds nauwelijks onderzoek is gedaan naar de toedracht van zijn overlijden. Intussen is moeder van een leven met een gelukszoeker op Ibiza teruggekeerd met verschijnselen van Alzheimer. Ze gaat snel achteruit en zal naar een verzorgingshuis gaan. Als Jennie het fijne van de dood van haar vader wil weten, heeft ze geen tijd meer te verliezen.

Het boek is vanuit het perspectief van de alwetende verteller geschreven die afwisselend accenten legt op de verschillende hoofdpersonen. Een bijzonder en mooi aspect is dat de vader, Gerrit, opduikt zodra er iemand echt aan hem denkt. Hij praat - onhoorbaar voor het aardse leven - mee vanuit het hiernamaals, waarbij God hem soms corrigeert of antwoordt. Gerrit reageert liefdevol op zijn kinderen en vrouw en is opgelucht over zijn dood, hoewel hij graag op een feestelijkere manier uit het leven vertrokken was. 

De terugkeer is een verhaal over een trauma dat een heel gezin tekent voor de rest van hun leven. Over willen helpen en niet geholpen kunnen worden en over het beschermen van wie je liefhebt, terwijl alles schreeuwt dat benoemen en praten heilzamer zou zijn. Gerritsen hanteert een heldere stijl, mooie zinnen en passende metaforen. Ze schrijft zonder waardeoordelen over mensen die zich naar beste kunnen door het leven slaan. Dat is met een zwaar en voor velen onbegrijpelijk thema als depressie van grote meerwaarde.

zaterdag 2 januari 2021

Charing Cross Road 84. Helene Hanff

'Iemand heeft mijn boek geleend en hem nooit teruggegeven. Waarom vinden mensen die er niet over zouden denken om iets te stelen het wel terecht om boeken te stelen?'

New York, 1949. Helene Hanff heeft een wensenlijst van antiquarische boeken die ze graag zou bemachtigen en lezen. In New York kan ze ze niet vinden, behalve zeldzame, dure exemplaren of de grauwe schoolversies. Ze schrijft boekhandel Marks & Co in Londen aan met het verzoek haar alles van haar lijstje tot een bedrag van 5 dollar op te sturen. 

Tussen Frank van de boekhandel en Helene ontstaat een levendige briefwisseling. Helene is typisch Amerikaans: recht voor haar raap en uitbundig. Haar brieven zijn soms uitgesproken boos ('LUIWAMMES: Je liet me hier gewoon liever STIKKEN dan dat je me iets te lezen zou sturen.' p. 63) maar ook lief, warm en enthousiast. Langzamerhand raken andere medewerkers van de boekhandel zo nieuwsgierig naar deze Helene dat ze haar zonder medeweten van Frank ook een briefje sturen. Helene anderzijds is zo gelukkig met de boeken die Marks & Co haar opstuurt, dat ze met Kerst en Pasen voor alle medewerkers een voedselpakket opstuurt. Gezien de naoorlogse schaarste in Engeland, worden die met grote dankbaarheid ontvangen. Ook de vrouw en dochters van Frank nemen uiteindelijk deel aan de briefwisseling. 

Jaren gaan voorbij. Helene ontwikkelt zich tot succesvol scenarioschrijfster van Amerikaanse televisieseries, waarbij ze haar inspiratie haalt uit de oude boeken. Haar wens om een keer naar Londen af te reizen, brengt ze tot verdriet van haar overzeese penvrienden niet tot uitvoer, maar de warme, bijzondere brievenband blijft. 

Charing Cross Road 84 is een heerlijk briefwisseling tussen liefhebbers van boeken. De tegenstelling tussen de keurige Engelse medewerkers en emotionele New Yorkse Helene en de ontwikkeling van de naoorlogse jaren tot de laatste brief in 1969 kleuren de brieven. Wat fijn dat uitgeverij Rainbow begrepen heeft dat deze klassieker niet in hun collectie mag ontbreken en het met leeslint en al uitgegeven heeft. 

vrijdag 1 januari 2021

De boekhandel. Penelope Fitzgerald

Welke boekenliefhebber droomt er niet soms van een eigen boekhandel te hebben? Ik wel, en regelmatig. Ik zou dat hoekpandje in de stad willen overnemen, waar nu die boze man en zijn sussende vrouw een boekenzaak runnen, waar ik niet meer kom sinds hij een paar jaar terug vlak voor Kerst in de winkel, te midden van klanten, de pakketbezorger uitschold. De arme bezorger bleef kalm en netjes, en ik wist genoeg. Geen cent meer zouden ze aan me verdienen. Elke keer als ik er langskom, gun ik de boeken een aardige eigenaar die zijn boeken met liefde verkoopt. Als ik vervolgens drie stappen verder denk, besef ik ook dat ik de boel romantiseer en ik heus geen boekwinkel ga beginnen. Het dichtst in de buurt komt het lezen van een boek over iemand die een boekhandel start.  

1959. Florence Green, tegen de vijftig en weduwe, start in een Engels plaatsje aan de monding van de rivier een boekhandel. Ze heeft daarvoor met haar kleine erfenis het oudste pand van het dorp gekocht, waar een klopper huist, zeggen de mensen. Haar handel loopt goed, zeker als ze ook een bibliotheek start in haar winkel. Tot de invloedrijke en vermogende Mrs. Gamart alles in het werk stelt om Florence te dwarsbomen. Zij vindt namelijk dat het oude pand een kunst- en cultuurcentrum zou moeten worden. De klopper laat van zich horen en de enige man die enigszins tegen de macht van Mrs. Gamart opkan, valt na zijn bezoek aan haar dood neer op straat. 

De boekhandel (1978) is een prachtige klassieker uit de Engelse literatuur. In minder dan 140 bladzijdes weet Penelope Fitzgerald de dynamiek van de kleine, afgezonderde gemeenschap te ontspinnen en de lezer daar helemaal in mee te nemen. Dat de verfilming van het boek verscheen, en dat dat een reden was om een nieuwe druk op de markt te brengen, zegt oprecht hoezeer de roman het waard is nog gelezen te worden. 

woensdag 12 september 2018

De nix. Nathan Hill

'Wat doe je als je erachter komt dat je volwassen leven een schijnvertoning is? Alles wat hij dacht bereikt te hebben - de publicatie van zijn boek, het contract, de baan als docent - had hij alleen gekregen omdat iemand zijn moeder een gunst verschuldigd was. Hij had er niets van verdiend. Hij is een oplichter. En hoe het voelt om een oplichter te zijn: leeg. Hij voelt zich hol. Verwoest. Waarom merken die mensen hem niet op? (...) Dan beseft hij dat dat een kinderachtig verlangen is, het equivalent van je moeder een schram laten zien zodat ze er een kusje op kan geven. Doe niet zo kinderachtig, houdt hij zichzelf voor.' (p. 681-682)

De laatste tijd las ik vrij veel serieuze literatuur, biografieën en memoires. Daar hou ik van, maar voor de afwisseling is het lekker om je te verliezen in een roman waarin je het liefst ongestoord blijft lezen tot het uit is. De nix van Nathan Hill leek me daar ideaal voor.  

Samuel is een universitair docent in Chicago en schrijver. Tenminste, hij zou een boek schrijven waarvoor hij een ruim voorschot heeft ontvangen, maar het lukt hem niet. Na werktijd vergeet hij de wereld om zich heen en speelt hij urenlang de game Elfscape. Op een dag wordt er een aanslag gepleegd op een presidentskandidaat. De dader blijkt Samuels moeder te zijn, die bij haar man en Samuel wegging toen hij een kind was. Hij gaat op zoek naar haar en reconstrueert gaandeweg zijn familiegeschiedenis. 

Het verhaal over Samuel, zijn moeder en opa, de demonstraties in Chicago in 1968, en de huidige Amerikaanse samenleving beslaat 700 pagina's. Een risico bij zo'n dikke roman is dat de schrijver nodeloos uitweidt over niet ter zake doende aspecten, maar Hill is erin geslaagd het boek zeer gestructureerd op te bouwen en de verhaallijnen en personages goed uit te spinnen, zonder dat het traag wordt. Hij maakt sprongen in de tijd die thans hip zijn in romans, maar hij doet dat goed. De terugblik op het verleden geeft voortdurend helderheid over het heden. Gaandeweg laat hij de lezer zien dat het verhaal niet zo zwart-wit is als het in het begin lijkt. Hill legt de vinger op de hypocrisie van het huidige Amerikaanse denken, bijvoorbeeld wanneer Pwnange milieuvriendelijke tassen koopt voor zijn boodschappen bij de natuurwinkel, die hij per luchtpost laat opsturen zodat hij ze snel heeft.  

Het taalgebruik van de Nederlandse vertaling van De nix is niet altijd even scherp, bijvoorbeeld: 'Faye had hier poëzielessen, en alleen al het juiste lokaal vinden was een beproeving die zowel haar geduld als haar ruimtelijke bewustzijn op de proef stelde.' (p. 458) Het soms haperende taalgebruik mag de pret niet drukken. De nix is een heerlijke roman die ik met plezier gelezen heb. 

dinsdag 6 maart 2018

De stamhouder. Een familiekroniek. Alexander Münninghoff

'Voor Frans is de overgang van het rijke, enigszins baldadige leven met zijn Baltische vriendjes in Riga naar de saaie burgerlijkheid van het roomse plattelandsinternaat van meet af aan te veel van het goede. Hij voelt zich eenzaam, omdat zijn Hollandse klasgenoten hem, de vreemdeling, links laten liggen en, als de fraters even niet opletten, ongenadig pesten. Daar kwam nog bij dat de Oude Heer aan frater Gerardo, de directeur van Sint-Nicolaas, had laten weten dat zijn zoon in Riga op school als een belhamel werd betiteld. Op het laatste rapport staat het duidelijk te lezen: 'Hat häufig durch Schwatzen und Unruhe den Unterricht gestört'. ' (p. 25)

De kunst van een goed boek uitzoeken voor een ander, is dat je het - ondanks iemands afwijkende smaak - ook zelf zou willen lezen. De wederhelft vroeg een boek voor zijn verjaardag. Hij houdt niet van fictie maar wel van recente geschiedenis, waargebeurde verhalen en Noord-Europees georiënteerd. Ik ging op zoek en gaf hem De stamhouder van Alexander Münninghoff, winnaar van de Libris Geschiedenis Prijs 2015. Op de dag dat hij de laatste pagina uitlas, begon ik erin. 

De stamhouder is het opmerkelijke verhaal van de familie Münninghoff, opgeschreven door de oudste kleinzoon van Joan Münninghoff. Deze Nederlandse zakenman trok bij aanvang van de Eerste Wereldoorlog naar Letland om daar zijn gezin op te bouwen en een fortuin te verdienen. De Oude Heer, zoals hij in het boek genoemd wordt, vond dat zijn kinderen te veel beïnvloed werden door het losbandige leven in Letland en stuurde de twee tieners, Frans en Titty, naar katholieke kostscholen in Nederland. Dat werd voor Frans een kantelpunt in zijn leven. Hij keerde zich af van zijn vader en wilde niks met Nederland te maken hebben. 
Toen de dreiging in Letland bij aanvang van de Tweede Wereldoorlog te groot werd, verhuisde het hele gezin naar Voorburg. Maar de jongvolwassen Frans piepte er onderweg tussenuit. Hij zag de Russen als grootste bedreiger van zijn geliefde Letland en besloot zich aan te melden bij de Waffen-SS om te vechten aan het oostfront. 
Frans keerde heelhuids terug uit de oorlog, naar Voorburg, waar zijn vrouw en baby op hem wachtten. De Oude Heer gaf Frans diverse handreikingen, al dan niet onder druk, die Frans uitzicht boden op een geordend, comfortabel leven. Desondanks liet Frans een spoor van zakelijke ongelukken, buitenechtelijke kinderen en berooide levens achter. 

De familiekroniek van de Münninghoff's zou volstrekt ongeloofwaardig zijn geweest als het een verzonnen roman was. Als je denkt dat je alles hebt gehad, blijkt er altijd nog een overtreffende trap te zijn. Daarbij hanteert de auteur, zelf zoon en kleinzoon van de hoofdrolspelers, een knappe pen. Hij heeft het op de eerste plaats aangedurfd om over zijn familie te schrijven. Hij belicht het verhaal van alle kanten zonder te oordelen of goed te praten. Hij onderzoekt, zet de gebeurtenissen op een rij en tracht de juiste interpretatie te vinden. Daarnaast meet de auteur zichzelf geenszins een slachtofferrol aan. Mij treft de eenzaamheid die je kunt ervaren als je te midden van zoveel familie opgroeit. Het is respectabel dat de auteur zelf op het rechte pad is gebleven en zich niet heeft laten afleiden door zijn familieverleden. Of toch, maar dan om er een bijzonder en lezenswaardig boek over te schrijven.

maandag 29 januari 2018

Niemand is ooit verloren. Catherine Lacey

'Wat ik bedoelde was dat ik wist dat ik iets moest doen waarvan ik niet wist hoe het moest: weggaan op een volwassen manier, een redelijke manier, het probleem benoemen, de papieren invullen, al die volwassen dingen, maar ik wist dat dat niet het hele probleem was, dat ik niet alleen een scheiding van mijn man wilde, maar een scheiding van alles, een scheiding van mijn eigen geschiedenis; (...).' p. 100

Niemand is ooit verloren van Catherine Lacey is het verhaal van Elyria, een jonge vrouw uit Manhattan. Ze is soapserieschrijver en getrouwd met een universitair docent wiskunde. So far so good, zou je zeggen, maar niet voor Elyria. Ze kampt met trauma's die ze dankt aan haar alcoholverslaafde moeder en haar geliefde adoptiezus die zelfmoord pleegde. In Elyria houdt het wildebeest huis en ze is niet bij machte erover te praten of de juiste psychische hulp te zoeken. In plaats daarvan besluit ze onaangekondigd te vertrekken. Weg van haar man, weg van het leven dat ze leidt. Ze poogt afscheid te nemen van de schil die ze niet wil zijn of kan zijn.
Elyria vertrekt naar een vage kennis in Nieuw Zeeland, die weinig trek in haar komst blijkt te hebben. Dus zwerft Elyria rond, zonder plan, zonder doel en zonder geld. Zodra iemand zich enigszins om haar bekommert, vertrekt ze weer. Tegen ieders advies in neemt ze liften van mannen aan en slaapt ze in schuren, parken en bossen. Ze heeft geen ruimte in haar hoofd om te genieten van het land. Ze is alleen op zoek naar een plek waar haar hoofd haar met rust laat.
Als Elyria door een pijlstaartrog wordt gebeten, komt er een abrupt einde aan haar zwerftocht in Nieuw Zeeland: ze wordt opgenomen in het ziekenhuis waar de vreemdelingendienst constateert dat haar visum verlopen is. Ze wordt als ongewenste vreemdeling uitgezet, terug naar Amerika. Ook daar blijkt niemand op haar komst te wachten. Haar man heeft Elyria minutieus uit zijn leven gewist en ze lijkt verder nergens heen te kunnen.

Het verhaal wordt verteld door Elyria, vanuit het ik-perspectief. Daarmee wordt de lezer meegenomen in haar hoofd, wat het boek niet per se beter maakt. De lezer krijgt paginalange zinnen voorgeschoteld waarin Elyria zich vastdraait in haar waanideeën, kinderlijke redeneringen en ingebeelde monologen tegen haar man. Het komt nogal pathetisch over en ik erger me aan Elyria's houding om voortdurend weg te lopen voor haar problemen. Anderzijds is dat misschien wel de manier waarop iemand zichzelf volledig kwijt kan raken en langzaam afglijdt naar de zelfkant van het bestaan.

Tot slot verdient de Nederlandse titel van het boek een opmerking. Niemand is ooit verloren is een titel van hoop. Hoe groot je problemen ook zijn, er gloort altijd licht aan het einde van de tunnel. Juist daarom prikkelde het mijn nieuwsgierigheid en legde ik het boek halverwege niet weg. Ik wilde weten hoe het af zou lopen met Elyria. Voor haar gloorde er echter geen licht aan het einde van het boek. Nu bleek de oorspronkelijke titel Nobody Is Ever Missing te zijn. Aha. Elyria wilde zichzelf kwijtraken, zich van haar verleden en oude 'ik' ontdoen. Ze ontdekte dat je wel naar de andere kant van de wereld kunt reizen, maar dat je jezelf altijd bij je hebt hoe graag je jezelf ook wilt verliezen. Een titel als Niemand is ooit vermist zou meer recht aan de Nederlandse vertaling van het boek hebben gedaan.  

donderdag 18 januari 2018

De heilige Rita. Tommy Wieringa

'Algemeen werd aangenomen dat Aloïs Krüzen, die zijn vrouw alleen maar had kunnen verleiden met de zekerheden van het ambtenarenbestaan, met de Rus zijn paard van Troje had binnengehaald. Niemand waarschuwde hem. Iedereen keek toe en wachtte. Van sommige dingen is de afloop van meet af aan duidelijk, maar toch blijf je kijken, alleen omdat je wilt weten hoe die zich zal voltrekken. (p. 81-82)

In mijn eerdere blogpost 'Bedreigde boeken' schreef ik over het boekenweekgeschenk Een mooie jonge vrouw van Tommy Wieringa dat ik wel even genoeg had van mannen in de literatuur die hun frustraties op vrouwen projecteren. Halverwege het toch al niet dikke boek legde ik het weg. Er is genoeg moois om te lezen. 
Afgelopen december kreeg ik De heilige Rita cadeau en ik las het in één keer uit. Het kan verkeren. 

Paul Krüzen (1967) groeit op in een klein katholiek dorp aan de grens met Duitsland. Als op een dag een Russisch vliegtuigje landt in de maisvelden van zijn ouders, is het dorp voorpaginanieuws. Paul's vader Aloïs redt - tot zijn latere spijt - de piloot, een vluchteling voor het Russisch communisme. Niet veel later vertrekt Paul's moeder met de piloot voorgoed uit het leven van Paul en zijn vader. De twee zullen de rest van hun leven samen op de boerderij blijven wonen. Aloïs zorgt naar beste kunnen voor zijn zoon. In de loop van de jaren draaien die rollen geleidelijk om. 
De dorpsgemeenschap is klein en benauwend. De jongens die Paul uit zijn kindertijd kent, zijn de mannen die later in het dorp het de kruidenierswinkel bestieren of het criminele bordeel vlak over de grens. De dorpelingen merken het meest van de veranderende tijd door de komst van de buitenlanders. Chinezen in het partycentrum, de Braziliaanse pastoor, Oost-Europese landarbeiders en een Rus die de handlanger van de dorpscrimineel is. Als Paul's enige vriend Hedwiges in het café pocht dat hij miljonair is, sluipt het onheil onafwendbaar het boek in.  

De heilige Rita is een fascinerend portret van een grensdorp waar de snelheid van de stad ver weg is en het katholieke geloof nog van levensbelang. Wieringa beschrijft met warme precisie het landschap en de jaargetijden, en schept intussen het beklemmende beeld van twee eenzame mannen van middelbare leeftijd die niet in staat zijn een andere draai aan hun leven te geven.
En de vrouwen? Die zijn vooral afwezig. Paul voelt zich een ongewenst kind van zijn moeder (waarom vertrok ze anders zonder hem en hoorde hij nooit meer wat van haar?) en dat speelt een rol in het boek. Maar evengoed denkt Paul dat zijn vader hem een mislukkeling vindt, wat evenzeer meeweegt in de verhaallijn. Paul verwijt vooral zichzelf dat hij niet verder is gekomen dan zijn ouderlijk huis: in betrekkelijke eenzaamheid, zonder vrouw en vogelvrij verklaard.