Posts tonen met het label politiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label politiek. Alle posts tonen

dinsdag 1 februari 2022

Onder buren. Juli Zeh

"Het is bijna niet te geloven dat er in een stinkend rijk land regio's zijn waar niks is. Geen dokters, geen apotheken, geen sportverenigingen, geen bussen, geen kroegen, geen peuterspeelzaal of basisschool. Geen groentewinkel, geen bakker, geen slager. Regio's waar ouderen niet kunnen rondkomen van hun pensioentje en jonge vrouwen dag en nacht moeten werken om voor hun kinderen te zorgen. En vervolgens dumpen ze in zulke gebieden een hele partij windmolens, mag je er niet meer in je diesel naar je werk rijden [...]. En verder verwachten ze dat iedereen zonder mopperen meedraait. Wie daartegen in verzet komt, wordt belachelijk gemaakt, als domme boer, als watdanook-ontkenner of als regelrechte vijand van de democratie.
Het lijkt erop, denkt Dora, dat Duitsland de AfD bij het universum heeft besteld en gekregen." (p. 184)

Dora is 36 en woont in Berlijn, samen met Robert. Zij werkt op een reclamebureau en hij is een linkse journalist met idealen: bezeten door het duurzaamheidsdenken heeft hij kritiek op iedereen die een auto heeft, dierlijke producten eet en plastic tasjes gebruikt. Als corona uitbreekt, bijt hij zich daarin vast en veroordeelt hij het slappe gedrag van mensen die moeite hebben de regels en gevolgen te begrijpen. Dora krijgt het Spaans benauwd als ze van hem niet langer dan strikt noodzakelijk haar hond mag uitlaten en discussies ik-heb-gelijkmonologen worden. Ze vertrekt.  

Dora koopt een oude rentmeesterswoning in een gehucht op een uur rijden van Berlijn. Bracken, 1000 inwoners. Ze heeft ineens ruimte om zich heen, en buren die alles van elkaar weten. Haar buurman Gote stelt zich voor als de dorpsnazi en maakt ongevraagd meubels voor haar die hij ongezien in haar huis zet. De overburen, een mannenkoppel met een tuindersbedrijf van wie ze een fiets krijgt, hebben een AfD-sticker op de brievenbus en Sadie, een alleenstaande moeder die 's nachts werkt en haar kinderen alleen laat, komt pootaardappelen brengen. 

Dora's stadsbeeld dat overzichtelijk in te delen was in zwart-wit, in hokjes, komt onmiddellijk onder druk te staan. Kan een gewelddadige nazi tegelijkertijd een goede buurman zijn? Hoe streef je je idealen na als er niet eens openbaar vervoer is om boodschappen te kunnen doen? Tegelijk met Dora arriveert ook Gotes kind in het dorp, Franzi. Ondanks haar ambivalente houding ten opzichte van Gote, ontstaat er een band tussen haar, Gote en Franzi.

'Onder buren' van Juli Zeh is een roman die voortdurend morele vragen opwerpt. Het is gemakkelijk om te verkondigen hoe men moet leven als je een hoogopgeleide, goedverdienende stedeling bent met bio-winkels en openbaar vervoer om de hoek. Maar hoe is het als de omstandigheden anders zijn, zoals voor de meeste mensen geldt? Soms legt Zeh het er wat dik op, en zouden wat meer onuitgesproken antwoorden literair beter zijn geweest. Maar steeds vroeg ik me af wat ikzelf zou doen in de situaties waarin Dora zich bevindt. Kortom: een zeer actueel boek met een meeslepende verhaallijn en de juiste vragen.

woensdag 12 september 2018

De nix. Nathan Hill

'Wat doe je als je erachter komt dat je volwassen leven een schijnvertoning is? Alles wat hij dacht bereikt te hebben - de publicatie van zijn boek, het contract, de baan als docent - had hij alleen gekregen omdat iemand zijn moeder een gunst verschuldigd was. Hij had er niets van verdiend. Hij is een oplichter. En hoe het voelt om een oplichter te zijn: leeg. Hij voelt zich hol. Verwoest. Waarom merken die mensen hem niet op? (...) Dan beseft hij dat dat een kinderachtig verlangen is, het equivalent van je moeder een schram laten zien zodat ze er een kusje op kan geven. Doe niet zo kinderachtig, houdt hij zichzelf voor.' (p. 681-682)

De laatste tijd las ik vrij veel serieuze literatuur, biografieën en memoires. Daar hou ik van, maar voor de afwisseling is het lekker om je te verliezen in een roman waarin je het liefst ongestoord blijft lezen tot het uit is. De nix van Nathan Hill leek me daar ideaal voor.  

Samuel is een universitair docent in Chicago en schrijver. Tenminste, hij zou een boek schrijven waarvoor hij een ruim voorschot heeft ontvangen, maar het lukt hem niet. Na werktijd vergeet hij de wereld om zich heen en speelt hij urenlang de game Elfscape. Op een dag wordt er een aanslag gepleegd op een presidentskandidaat. De dader blijkt Samuels moeder te zijn, die bij haar man en Samuel wegging toen hij een kind was. Hij gaat op zoek naar haar en reconstrueert gaandeweg zijn familiegeschiedenis. 

Het verhaal over Samuel, zijn moeder en opa, de demonstraties in Chicago in 1968, en de huidige Amerikaanse samenleving beslaat 700 pagina's. Een risico bij zo'n dikke roman is dat de schrijver nodeloos uitweidt over niet ter zake doende aspecten, maar Hill is erin geslaagd het boek zeer gestructureerd op te bouwen en de verhaallijnen en personages goed uit te spinnen, zonder dat het traag wordt. Hij maakt sprongen in de tijd die thans hip zijn in romans, maar hij doet dat goed. De terugblik op het verleden geeft voortdurend helderheid over het heden. Gaandeweg laat hij de lezer zien dat het verhaal niet zo zwart-wit is als het in het begin lijkt. Hill legt de vinger op de hypocrisie van het huidige Amerikaanse denken, bijvoorbeeld wanneer Pwnange milieuvriendelijke tassen koopt voor zijn boodschappen bij de natuurwinkel, die hij per luchtpost laat opsturen zodat hij ze snel heeft.  

Het taalgebruik van de Nederlandse vertaling van De nix is niet altijd even scherp, bijvoorbeeld: 'Faye had hier poëzielessen, en alleen al het juiste lokaal vinden was een beproeving die zowel haar geduld als haar ruimtelijke bewustzijn op de proef stelde.' (p. 458) Het soms haperende taalgebruik mag de pret niet drukken. De nix is een heerlijke roman die ik met plezier gelezen heb. 

dinsdag 25 september 2012

Doe eens normaal man. Kustaw Bessems en Dirk Jacob Nieuwboer

'Een politicus die de schijn wil ophouden dat hij sorry zegt, zonder echt verantwoordelijkheid te nemen, kan ook nog zijn toevlucht nemen tot de 'het spijt mij áls'-constructie. Die wordt vaak gebruikt als anderen druk uitoefenen om iets goed te maken, terwijl degene die in de fout is gegaan vindt dat hij helemaal niks verkeerd heeft gedaan. Met 'het spijt me als' kan de politicus vaak door die situaties heen glibberen.' (p. 105)

Boeken over het hedendaagse politieke klimaat in Nederland moet je warm van de pers lezen, vind ik. Dan hebben ze hun hoogste actualiteitsgehalte en haal ik de genoemde voorbeelden nog vers uit mijn geheugen. Ondanks mijn boekenaanschafstop kocht ik dus Doe eens normaal man van Kustaw Bessems en Dirk Jacob Nieuwboer. Heerlijk om tijdens de finale van de verkiezingscampagne voor de Tweede Kamer te lezen.

Bessems en Nieuwboer lichten in hun boek zeven merkwaardige automatismen uit de Haagse politiek die we eigenlijk normaal zijn gaan vinden. Maar is het normaal om voortdurend uitspraken bezijden de waarheid te doen en hoe moeilijk is het om een fout toe te geven? Waarom gaan politici zo raar praten als ze in de Kamer komen? Daarbij leggen de auteurs niet alleen het vreemde gedrag en de typische communicatie van politici bloot, maar geven ze aan het eind van elk hoofdstuk adviezen hoe het ook kan. 
Het aantrekkelijke van het boek is dat de auteurs hun voorbeelden helemaal uitrafelen, inclusief uitgebreide citaten van de politici zelf. Op die manier wordt het de lezer vanzelf duidelijk hoe vreemd uitspraken soms zijn.  

Doe eens normaal man is een aanrader als je met plezier politiek bedrijft of beschouwt en verplichte kost voor hen die ongemerkt meegaan in het vreemde Haagse gedrag.

dinsdag 1 november 2011

Moeten wij van elkaar houden? Bas Heijne

"Dat is precies wat de ‘rijdende rechter’ wel doet. Het commentaar van de klagers die door hem in het ongelijk worden gesteld, is veelzeggend. Ze voelen zich gezien. En de rechter is ook een bekende figuur, die rechter en televisiepersoonlijkheid in een is. Mr. Frank Visser vertegenwoordigt het gezag in het mediatijdperk  - persoonlijk, nabij, een rechter onder en niet boven de mensen, en alles voor het oog van de camera. Hij is alles wat Justitie niet is." (p. 70)

In de zomer las ik achter in de bus rijdend door het Canadese landschap Moeten wij van elkaar houden? Het populisme ontleed door Bas Heijne. Ik hou ervan regelmatig de Nederlandse politieke drukte van een afstandje te bekijken en te relativeren, letterlijk. De essays van Heijne zijn daar uitstekend voer voor. In Enter mr. Frank Visser gaat hij in op de kloof tussen de gevestigde instituten en de ontketende burger, waarbij rijdende rechter mr. Frank Visser de vleesgeworden herkenbaarheid, nabijheid en dialoog is. 

Zo gaat Heijne in tien essays in op opvallende fenomenen of actuele gebeurtenissen en ontleedt hij langzaam het populisme in Nederland. Intelligente analyses die boeiend zijn om te lezen, maar eerlijk is eerlijk, terug in Nederland was ik de inhoud vergeten als de krant van gisteren.

vrijdag 23 september 2011

Asterix. De intrigant. R. Goscinny & A. Uderzo

"'Ik heb een lijst van je gekregen met alle namen van die idioten... nu heb ik dat nog nodig.'
'Dat?? Maar die vaas is een deel van de buit van een van mijn veldtochten!'
'Oh ja? .. Ik hoorde trouwens van je mannen dat ze vinden dat jij er 'n beetje vreemde mening op nahoudt wat betreft het verdelen van de buit.'" (p. 13)

In de politiek komt het allemaal voor. Intriges, list en bedrog. We hebben allemaal onze idealen, maar als de zucht naar macht prevaleert, maken politici rare sprongen. Een vriend gaf me Asterix. De intrigant cadeau. Een must read als je je wil bewegen in het politieke landschap, zei hij.

Julius Ceasar zit met zijn handen in het haar omdat hij met kracht en geweld het Gallische dorpje van Asterix en Obelix niet weet te veroveren. Een van zijn mannen komt op het lumineuze idee om een onruststoker het dorp in te sturen die tweespalt veroorzaakt teneinde de Galliërs te verjagen. Cassius Catastrofus - een onderkruiper eerste klas - wordt uit de Romeinse kelders geplukt en naar het Gallische dorp gestuurd. Catastrofus biedt Asterix een heel mooie dure vaas aan en de ruzie en jaloezie breekt uit in het dorp. 

De intrigant laat op een geweldige manier zien hoe gemakkelijk het is om 'psychologische oorlog' te voeren en de beste vrienden uit elkaar te drijven. Een heerlijk herkenbare knipoog naar de politiek.

zondag 10 juli 2011

Het kind en ik. Hans van Mierlo

'Ik moest een missiekruis gaan kopen bij Van Wees op het Kasteelplein. Voor in de kelder om ons bij te staan als het zover was, een zilverachtig bronzen kruis. Een klein uur heen en een klein uur terug. Het was zaterdag, 3 november. Rond het middaguur was ik op het Oranjeplein, waar het oude Ginniken begint. Bij de houthandel Van Dijk hoorde ik een enorme klap. Ik dacht dat er een grote stapel rechtopstaande planken was omgevallen. Maar er was niets te zien. De eerste inslag van een granaat. Een man fietste voorbij en zag me staan. 'Naar huis, jochie,' riep hij, 'ze zijn bij Bavel.' Ik zette het op een lopen. Ademloos kwam ik thuis en riep: 'Ze zijn al bij Bavel!' 'Naar de kelder,' zei mijn vader. (p. 81-82)

Het is maar een dun boekje en het voorwoord van Conny Palmen is bijna langer dan de verschenen memoires van Hans van Mierlo zelf. In dit geval is dat niet erg. Van Mierlo overleed en Palmen besloot de geschreven pagina's uit te geven in Het kind en ik.

Zestig pagina's van wat het begin had moeten zijn van een uitgebreid beschreven leven waarin politiek de leidraad was. In Het kind en ik vertelt Van Mierlo over zijn kindertijd tijdens de oorlog in het katholieke Breda en hoe hij met het gezin steeds de dans wist te ontspringen.
'Geen schrammetje, geen familielid te betreuren, geen vrienden geëxecuteerd. Geen verdriet dus, wel angst, felle angst (...).' (p. 21)
De oorlogstijd tekende Van Mierlo. Daarmee heeft hij de meest vormende - en voor het publiek meest onzichtbare - tijd in zijn leven zelf beschreven. Ik wacht op degene die het stokje overneemt voor de rest van zijn biografie.

zondag 26 december 2010

Je hebt het niet van mij, maar… Een maand aan het Binnenhof. Joris Luyendijk.


“Stel dat je na de val van het vorige kabinet begin 2010 de verkiezingsprogramma’s had bestudeerd en op basis daarvan je stem uit had gebracht. En stel dat je daarna slechts twee keer Haags nieuws tot je had genomen: bij de verkiezingsuitslag, en daarna de aankondiging van het regeerakkoord.
Wat had je dan eigenlijk gemist?” (p. 97)

Natuurlijk kan ik zeggen: pfff… ik weet wel zo’n beetje hoe het daar gaat en Je hebt het niet van mij, maar… van Joris Luyendijk links laten liggen. Onzin. Ik heb genoeg verhalen uit eerste hand gehoord en af en toe zelf mogen binnenkijken, maar hoe het er echt aan toegaat op het Binnenhof?

Luyendijk liep een maand rond op het Binnenhof om daar met zijn antropologische bril naar de intermenselijke verhoudingen te kijken. Hij onderscheidt vier groepen: de lobbyisten, de politici, de voorlichters en de journalisten. Hoewel de functies verschillend zijn, blijken de poppetjes onderling uitwisselbaar. In een afgebakend krachtenveld zijn de vier soorten geheel afhankelijk van elkaar om hun werk goed te kunnen doen.

Bewust naïef en vermakelijk schrijft Luyendijk wat hij ziet. Niet om een volledig beeld te schetsen, slechts als tijdelijke waarnemer. Ik kijk graag over zijn schouder mee. En ooit ga ik deze conclusie zelf ter plaatse toetsen: “Je bent in Den Haag voortdurend aan het onderhandelen, met anderen en met je eigen geweten – als je dat hebt.” (p.100)

zondag 17 oktober 2010

De patatbalie. In het spoor van de verkiezingskaravaan. Bart Chabot


‘Zij zaten in het landsbestuur of waren op weg daarbij betrokken te raken, de een wat vlotter dan de ander. En ik? Wat was mijn bijdrage aan ‘het geheel’? Ik was de sidekick, op tv. En stond urenlang te wachten op een van hen, Job of Alexander of Emile, of op een van hun woordvoerders in de Patatbalie, die door sommige ingewijden ook wel als de Tippelzone werd aangeduid. Ja ik was goed bezig, maar niet heus.’ (p. 176)

Tijdens alle verkiezingscampagnes schieten ze als paddenstoelen uit de grond: politieke statements verhuld in dagboekvorm van politici en journalistieke ooggetuigenverslagen die in het gunstigste geval voorzien zijn van enig historisch perspectief. Vandaag actueel, morgen goed voor de recyclingfabriek. Niet dat het genre daardoor slecht is, het dient alleen - net als de krant - rap gelezen te worden.

De patatbalie van Bart Chabot is zo’n boek. Een lichtvoetige blik van een politieke buitenstaander die het landelijk campagnegeweld in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen relativeert tot proporties die passen bij onze Nederlandse dorpspomp. Hij beschrijft was hij van dichtbij ziet met een subjectiviteit van het prettige soort.

De patatbalie verschilt in twee opzichten van andere boeken in dit genre. Op de eerste plaats is Chabot een man van de letteren. Hij is thuis in het literaire vocabulaire waarmee hij zich gemakkelijk onderscheidt van de journalisten-schrijvers. Ten tweede blijkt zonder veel woorden dat Chabot intussen weet dat zijn gezondheid hapert. Hij vraagt zich wat melancholisch af wat hij doet tussen al die politici en hoever hij afgedwaald is van wat hij echt nodig heeft.

‘Een windmolentje en opstijgende ballonnen, daar moest ik het mee doen.
Veel soeps was het niet. Kon ik daarmee toe, de rest van mijn leven?
Ik vermoedde van wel.’ (p. 218)

donderdag 25 februari 2010

De ontsluierde stad. Lodewijk Asscher


Een jonge wethouder die een boek schrijft. Dat prikkelt de zinnen, want: kunnen wethouders schrijven? Heeft een Amsterdamse wethouder met een grote portefeuille daar wel tijd voor? Wel, ja en blijkbaar. Dat is prijzenswaardig.

Lodewijk Asscher beschrijft in De ontsluierde stad zijn afgelopen jaren als wethouder. Thematisch schetst hij zijn visie en beleid op het terrein van jeugd, onderwijs, georganiseerde criminaliteit en economie. Da's mooi. Maar voor wie? Voor een lezer met kennis van zaken gaan de hoofdstukken regelmatig kort door de bocht. Zijn gezinshulpplan is niet als eerste uitgevonden in Amsterdam, de Wallenaanpak is niet een verdienste van het bestuur alleen en nog lang niet af. 

Voor een geïnteresseerde buitenstaander geeft het boek een aardig beeld, een mooie inkijk in een wethoudersleven. En slim als Asscher is, richt hij zich op die doelgroep. Vertel wat je bereikt hebt en wat je wil gaan doen de komende vier jaar. Met de gemeenteraadsverkiezingen in aantocht, is zo'n boek sterk campagnemateriaal.

Het is waardevol dat een bestuurder zijn pen oefent en daarmee nadenkt over zijn handelen. Asschers boodschap is tot het laatste hoofdstuk: Handel naar je idealen, heb het over de kansen en oplossingen.   
In het laatste hoofdstuk, waarin Asscher reflecteert op de PvdA, gaat het mis. Zoals een PvdA'er betaamt, praat hij de partij de put in. "De partij heeft zich de afgelopen jaren meer laten leiden door angst dan door hoop. In plaats van oplossingen werden problemen benadrukt, bedreigingen in plaats van kansen." (p. 138) Etcetera. 
Asscher ondermijnt de kracht van zijn geloof in zijn idealen door de missers van de partij uit te kauwen. Dat is nergens voor nodig. Een jong, talentvol bestuurder heeft alle kansen te laten zien dat hij met optimisme aan een mooi Amsterdam werkt en daarmee een representant van zijn idealen en zijn partij is.

donderdag 25 juni 2009

Beperkt houdbaar. Bouwstenen voor verdere professionalisering van het wethouderschap. Wim Carabain


In Beperkt houdbaar verwondert ex-wethouder Wim Carabain zich over de vluchtigheid van het hedendaagse wethoudersbestaan. Uit de sombere inleidende hoofdstukken blijkt dat liefst eenderde van de wethouders tussentijds opstapt en dat de aanleiding geregeld een politiek conflict is. De oorzaken zijn dat de binding en loyaliteit van burgers aan het bestuur wijzigen, het politiek leiderschap van wethouders onderontwikkeld is en de positie van de wethouder sinds het dualisme verzwakt is. Passende analyse gezien het huidige politieke tijdsgewricht.

Carabain laat in zijn analyse buiten beschouwing dat geen enkele baan heden ten dage voor het leven is. Het wethouderschap behoort volgens mij een uiterste houdbaarheidsdatum te hebben. Slechts weinigen blijven fris als zij lange tijd op een machtszetel zitten.

Nadat Carabain beginnende wethouders veelal naief noemt omdat hun drijfveren louter idealistisch zijn, gaat hij gelukkig over tot de oplossingen. Hoewel de beschouwingen en theorieën niet vernieuwend zijn, biedt het werk een goed overzicht van competenties en omgevingsfactoren die het slagen van een wethouder bepalen. "Een wethouderszetel dient niet de plek te zijn voor personen die iets willen halen, maar vooral een plek voor personen die bereid zijn om heel veel te brengen" (p.53).

Beperkt houdbaar is een nuttige handwijzer voor mensen die het wethouderschap overwegen of ambiëren, én voor lokale partijbesturen en gemeenteraadsfracties die in de aanloop naar de verkiezingen op zoek gaan naar de geknipte wethouderskandidaat. Met het goede profiel en wat mij betreft zeker met idealen.

zondag 21 juni 2009

Change. Hoe de netwerkgeneratie Nederland gaat veroveren. Joop Hazenberg


Mijn politieke evenknie schonk me dit boek daags voor een trip naar Florence, die louter zou bestaan uit de geneugten van het Italiaanse stadsleven. Perfecte plaats om een bespiegeling te lezen over hedendaagse generatie-emancipatie in Nederland.

Hazenberg (1978) heeft in zijn twintigersjaren de Haagse politiek van drie zijden meegemaakt: politiek, ambtelijk en journalistiek. Die ervaringen vormen de basis van zijn boek. Hij onderzoekt het denken en handelen van twintigers en dertigers in de huidige samenleving en hoe anders zij zich bewegen dan de voorgaande generaties. Dat de generaties botsen, ervaart hij regelmatig zelf.

Waar voorheen de verticale structuur van de samenleving met haar verzuiling norm was, ziet Hazenberg dat de nieuwe generaties leven in een horizontale structuur. Ze bewegen zich in allerlei (onzichtbare) netwerken en zijn via nieuwe, snelle structuren maatschappelijk en politiek betrokken. Interessante gedachte.

Change is in beginsel een prettige combinatie van Hazenbergs persoonlijke verhaal, de generatiegedachte en ons recente politieke verleden. Hazenberg heeft moeite een heldere structuur in het boek te behouden. Van de Europese gedachte vliegt hij naar Obama, de verhouding tussen de Nederlandse politiek en journalistiek, zijn denktank en globalisering. Voor de kracht van Hazenbergs boodschap had hij er goed aan gedaan enkele van deze thema's voor een andere beschouwing te bewaren.

Tegen het einde van het boek raakt Hazenberg terug op koers. In klare bewoordingen geeft hij adviezen voor zijn (en mijn) generatie en geeft hij blijk van een duidelijke visie op de netwerkgeneratie die horizontaal leeft in verouderde verticale structuren.