Posts tonen met het label Fictie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Fictie. Alle posts tonen

dinsdag 1 februari 2022

Onder buren. Juli Zeh

"Het is bijna niet te geloven dat er in een stinkend rijk land regio's zijn waar niks is. Geen dokters, geen apotheken, geen sportverenigingen, geen bussen, geen kroegen, geen peuterspeelzaal of basisschool. Geen groentewinkel, geen bakker, geen slager. Regio's waar ouderen niet kunnen rondkomen van hun pensioentje en jonge vrouwen dag en nacht moeten werken om voor hun kinderen te zorgen. En vervolgens dumpen ze in zulke gebieden een hele partij windmolens, mag je er niet meer in je diesel naar je werk rijden [...]. En verder verwachten ze dat iedereen zonder mopperen meedraait. Wie daartegen in verzet komt, wordt belachelijk gemaakt, als domme boer, als watdanook-ontkenner of als regelrechte vijand van de democratie.
Het lijkt erop, denkt Dora, dat Duitsland de AfD bij het universum heeft besteld en gekregen." (p. 184)

Dora is 36 en woont in Berlijn, samen met Robert. Zij werkt op een reclamebureau en hij is een linkse journalist met idealen: bezeten door het duurzaamheidsdenken heeft hij kritiek op iedereen die een auto heeft, dierlijke producten eet en plastic tasjes gebruikt. Als corona uitbreekt, bijt hij zich daarin vast en veroordeelt hij het slappe gedrag van mensen die moeite hebben de regels en gevolgen te begrijpen. Dora krijgt het Spaans benauwd als ze van hem niet langer dan strikt noodzakelijk haar hond mag uitlaten en discussies ik-heb-gelijkmonologen worden. Ze vertrekt.  

Dora koopt een oude rentmeesterswoning in een gehucht op een uur rijden van Berlijn. Bracken, 1000 inwoners. Ze heeft ineens ruimte om zich heen, en buren die alles van elkaar weten. Haar buurman Gote stelt zich voor als de dorpsnazi en maakt ongevraagd meubels voor haar die hij ongezien in haar huis zet. De overburen, een mannenkoppel met een tuindersbedrijf van wie ze een fiets krijgt, hebben een AfD-sticker op de brievenbus en Sadie, een alleenstaande moeder die 's nachts werkt en haar kinderen alleen laat, komt pootaardappelen brengen. 

Dora's stadsbeeld dat overzichtelijk in te delen was in zwart-wit, in hokjes, komt onmiddellijk onder druk te staan. Kan een gewelddadige nazi tegelijkertijd een goede buurman zijn? Hoe streef je je idealen na als er niet eens openbaar vervoer is om boodschappen te kunnen doen? Tegelijk met Dora arriveert ook Gotes kind in het dorp, Franzi. Ondanks haar ambivalente houding ten opzichte van Gote, ontstaat er een band tussen haar, Gote en Franzi.

'Onder buren' van Juli Zeh is een roman die voortdurend morele vragen opwerpt. Het is gemakkelijk om te verkondigen hoe men moet leven als je een hoogopgeleide, goedverdienende stedeling bent met bio-winkels en openbaar vervoer om de hoek. Maar hoe is het als de omstandigheden anders zijn, zoals voor de meeste mensen geldt? Soms legt Zeh het er wat dik op, en zouden wat meer onuitgesproken antwoorden literair beter zijn geweest. Maar steeds vroeg ik me af wat ikzelf zou doen in de situaties waarin Dora zich bevindt. Kortom: een zeer actueel boek met een meeslepende verhaallijn en de juiste vragen.

zaterdag 3 juli 2021

Middernachtbibliotheek. Matt Haig

'Tussen leven en dood bevindt zich een bibliotheek,' zei ze. 'Een bibliotheek met eindeloze planken. Elk boek biedt de kans om een leven uit te proberen dat je geleefd zou kunnen hebben. Om te zien hoe het zou zijn gelopen als je andere keuzes had gemaakt... Zou je het anders hebben gedaan als je alles waarvan je spijt hebt ongedaan kunt maken?' (p. 43)

Nora, een mid-dertiger uit Bedford, concludeert dat ze voor niemand van waarde is en haar leven overbodig is geworden. Ze pleegt zelfmoord. Op weg naar de dood komt ze in de Middernachtbibliotheek waar mevrouw Elm, de bibliothecaris van haar middelbare school, haar voorstelt de levens uit te proberen die ze ook geleefd had kunnen hebben als ze andere keuzes had gemaakt. Nora krijgt als eerste Het Boek vol Spijt. Daarin leest Nora alles waar ze in haar leven spijt van had. Daarna kiest ze een boek waarin haar leven een andere wending neemt. Zodra ze start met lezen, komt ze in het universum van dat leven terecht. Op het moment dat ze zich bedenkt dat dit niet het leven is waarvoor ze gekozen zou hebben, keert ze terug naar de Middernachtbibliotheek en mevrouw Elm. 

Nora wordt in haar geprobeerde levens Olympisch zwemkampioen, wereldberoemd met een rockband, concertpianiste, een eenvoudige dierenasielmedewerkster, wijnboerin in Californië, onderzoeker op de Noordpool, werkloos, arm, en alles daartussen. Ze ziet dat die opties andere gevolgen voor haar naasten hadden gehad doordat ze er bijvoorbeeld niet voor haar zieke moeder of oude buurman was geweest. Of hoe haar leven was verlopen als ze haar relatie niet twee dagen voor de geplande trouwdag had beëindigd. Langzaamaan wordt het Het Boek vol Spijt dunner en valt de puzzel voor Nora in elkaar. 

Middernachtbibliotheek van Matt Haig brengt ons in een wereld waar we allemaal soms zouden willen zijn, waar we kennis over de gevolgen kregen. Wat als ik toen niet..? Of wat als ik toen het lef had gehad om wel..? Tegelijkertijd laat Haig zien dat het leven altijd tegenslag brengt, maar dat het hebben van spijt niet helpt. Het helpt om mogelijkheden te blijven zien, hoop te hebben en oog te houden voor het grote belang van kleine dingen. Het is een troostrijke gedachte dat dit boek in mijn kast klaarstaat om herlezen te worden op mijn donkerste dagen. 

woensdag 5 mei 2021

Het geknetter in de sterren. Jón Kalman Stefánsson

"De dagen zijn dikke, zwarte naaktslakken. Ik heb geen zin om met Pétur of de beide broers af te spreken, zit meestal in mijn kamer, praat met de tinnen soldaatjes en ze helpen mij met mijn huiswerk. Het rekenen gaat vooruit, ik krijg ik-weet-niet-hoeveel sterren in mijn rekenschrift, maar hoe ik ook reken, hoeveel gecompliceerde sommen ik op weet te lossen, hoe ik de tafels van vermenigvuldiging draai en keer, nooit komt mijn moeder er als uitkomst uit." (p.104)

Een zevenjarige jongen (de ik-persoon) woont met zijn vader in een flat in Reykjavik. Op de dag dat zijn moeder wordt begraven, krijgt hij een zak met tinnen soldaatjes, Britse en Duitse. De soldaatjes praten met hem, en helpen hem om te gaan met zijn verdriet. Op een morgen stapt er uit de slaapkamer van zijn vader een norse vrouw, die zijn stiefmoeder blijkt te worden. 

De ik-persoon vertelt parallel aan zijn eigen verhaal als zevenjarige, ook dat van zijn familie. Daarbij wisselt hij van perspectief tussen zijn zevenjarige en veertigjarige ik. De verhalen over zijn overgrootvader en -moeder zijn een dominante lijn in het boek. Zijn overgrootvader is begin twintigste eeuw een uitstekende handelaar in vastgoed, maar kan zich tegelijkertijd volledig verliezen in dagen, weken van drankmisbruik waarin hij alles verruïneert wat hij opgebouwd heeft. Zijn overgrootmoeder gaat daar doortastend mee om, maar stelt ook haar grenzen en neemt op een goed moment een aantal richtinggevende besluiten. 

Het geknetter in de sterren van Jón Kalman Stefánsson is een wondermooi geschreven, kleine geschiedenis van een IJslandse familie: "zes levens, honderdvijftig jaar en een roodharige zeeman". Enerzijds is er het leven van het jongetje in de stad in de jaren '60, waarbij de dingen tot leven komen, zoals onderweg naar school zijn rechterhand steeds naar haar linker tast die diep in de grond is begraven. Of de Trabant die niet één keer opkijkt, de spullen in huis die de vader en het jongetje haar verdwijning verwijten. De dood van zijn moeder is zo aangrijpend en ontroerend beschreven dat het tastbaar wordt. Anderzijds is er het leven van de overgrootvader en overgrootmoeder in het oude stadje Reykjavik dat toen niet meer dan een nederzetting was, en de overweldigende natuur: de fjorden, de nabijgelegen gletsjer en het leven met de elementen. Stefánsson gebruikt daarbij een heel eigen domein van poëtische verbeeldingskracht dat het verhaal samen met de IJslandse context tot een roman maakt dat me niet losliet tot de laatste pagina.

zondag 21 maart 2021

Lentetuin. Tomoka Shibasaki

'Ook het leven dat iedereen benijdde, was niet noodzakelijk geschikt voor jezelf. En toch, als iemand me aanbood in dit huis te wonen, zou ik daar geen twee keer over nadenken, dacht Taro.' (p. 97)

Taro woont sinds zijn scheiding in een Tokiose flat. De flat bestaat uit zes appartementen, waarvan er drie leegstaan omdat het gebouw gesloopt zal worden. Bouwgrond is schaars in Tokio en iedere flateigenaar die meer appartementen op zijn stukje grond kan laten bouwen en er zodoende meer mee kan verdienen, zet zijn huurders uit, sloopt en bouwt. Mensen verhuizen gelaten, geven spullen door die niet meer meekunnen naar hun volgende woning en raken elkaar kwijt.  

Achter de flat van Taro staat een blauw huis. Nishi, een van de andere twee bewoners in Taro's flat, is geobsedeerd door het blauwe huis. Ze heeft er een fotoboek van dat Lentetuin heet en wil dolgraag het blauwe huis van binnen zien. Taro neemt haar fascinatie over. Wie kan het zich veroorloven een heel huis te bewonen? Hoe komt het dat dit huis nog niet gesloopt is? Op een van de foto's in het fotoboek graaft een man een gat in de tuin. Wat ligt daar begraven?

Nishi weet aan te pappen met de vrouw des huizes en komt er wekelijks over de vloer. Als Taro een keer wolhandkrabben krijgt als dank voor een doorgegeven koekoeksklok, mag hij mee naar het blauwe huis waar de krabben tot feestmaal worden bereid. Juist als Taro aansluiting vindt bij zijn buren, blijken zowel Nishi als de bewoners van het blauwe huis ook weer te verhuizen.

Voor Lentetuin ontving de Japanse schrijfster Tomoka Shibasaki in 2014 de belangrijkste literatuurprijs van Japan. Het is een roman waarin architectuur een grote rol speelt. De woningen en hoe mensen wonen, worden gedetailleerd beschreven. Tokio wordt afgeschilderd als permanente bouwput waar het comfort van de bewoners niet voorop lijkt te staan. De mens is eerder een voortdurend te verplaatsen product, dat zich lijdzaam voegt naar de omstandigheden van een opgezegde huur of baan. Dat maakt de mensen eenzaam en op zichzelf. Het blauwe huis brengt in dat opzicht lente, doordat het nieuwsgierigheid en creativiteit oproept, en de onbevangen kinderen enige vrolijkheid brengen. Toch wordt het boek nergens warm. De mensen spreken zich niet uit, zijn immer voorzichtig en afstandelijk. Met deze sfeer als gegeven, slaagt Shibasaki er toch bijzonder goed in lezer in de huid van flatbewoners te laten kruipen en hen deelgenoot te maken van hun ongeremde voyeurisme. 

zondag 14 februari 2021

Oliver Twist. Tiny Fisscher, naar Charles Dickens

'Oliver werd in een werkhuis geboren. Zijn moeder was die nacht in de stromende regen op straat gevonden, uitgeput en op kapotte schoenen. Niemand wist waar de jonge vrouw vandaan kwam of hoe ze heette, maar haar dikke buik maakte duidelijk dat ze op het punt stond een baby te krijgen. Ze werd snel naar een nabijgelegen werkhuis gebracht.' (p. 11).

Oliver's moeder sterft meteen na zijn geboorte en Oliver groeit op in een werkhuis waar de kinderen zeer slecht behandeld worden. Hij weet te vluchten en loopt naar Londen. Daar valt hij in handen van criminelen die hem opdragen zakken te rollen. Als hij bij overval wordt opgepakt en tijdens de rechtzitting ziek wordt, wordt hij meegenomen en verzorgd door de man wiens zakken hij rolde. Langzaam ontdekt Oliver dat hij misschien toch nog familie heeft en sommige mensen een ander belang hebben dan hem de waarheid over zijn afkomst te vertellen. 

Oliver Twist, een van de beroemde boeken van Charles Dickens, geschreven rond 1838, is opnieuw uitgebracht. En niet zomaar. Tiny Fisscher maakte een sterk bewerkte hertaling, waarbij ze zowel de taal als de stijl grondig aanpakte. Lange uitweidingen kortte ze in omdat ze vindt dat een boek als Oliver Twist het verdient om door een groot publiek gelezen te worden, 'ook door volwassenen die niet meer door de weliswaar prachtige, maar wollige en breedsprakige taal van Dickens heen komen', schrijft ze in het nawoord. Dat is haar uitstekend gelukt. Het is een vlot verhaal in overzichtelijke hoofdstukken en prachtige tekeningen van Annette Fienieg. 

Ik ben enorm blij met de tendens om klassieke (jeugd)literatuur te hertalen naar toegankelijk Nederlands dat past bij deze tijd. Het is niet meer realistisch om van onze kinderen en onszelf te verwachten dat we ons door de oude, taaie taal heen werken om literatuur van bijna twee eeuwen terug te leren kennen. We kunnen dus kiezen: of we lezen de oude werken niet meer waarmee ze verdwijnen uit onze collectieve boekenkast, of we hertalen ze waardoor de verhalen nog heel lang tot ons literair domein behoren. Wat mij betreft een simpele keuze. Graag meer van dit soort prachtige uitgaven.

zaterdag 6 februari 2021

Jaguarman. Mijn vader, zijn vader en andere Surinaamse helden. Raoul de Jong

'Elders op de wereld werd de geboorte van het kindeke Jezus gevierd. Hier was alleen de donkere, levende jungle. Die ademde en praatte en de mensen die erin leefden hielp om het leven te vieren. Ik ben blij dat u me dat heeft laten zien, Jaguarman. Ik ben blij dat ik gezien heb dat in dit leven ook zo'n soort leven mogelijk is. Het helpt me bij het maken van onderscheid tussen zin en onzin, hier tussen de flatgebouwen.' (p. 159) 

In Jaguarman gaat Raoul de Jong op zoek naar zijn Surinaamse oervader, Jaguarman. In die zoektocht, die start bij zijn vader die hij pas op zijn 28e bewust ontmoet, gaat hij zijn familiebanden na, maar zoekt hij ook verder. Hij voert een tocht langs Surinaamse verzetshelden, schrijvers, historici, cultuur- en natuurbeschermers en intellectuelen, om zo uit te komen bij Jaguarman, bij de oerkracht die het Surinaamse volk op de been heeft gehouden. 

De kapstok van het boek is een achtdaags wintiritueel, thuis in De Jong's Rotterdamse appartement, waar de ik-persoon tegen Jaguarman praat. Zo ontstaat er een mystieke, sprookjesachtige sfeer met fraaie zinnen, terwijl het boek tegelijkertijd een index is van de belangrijkste Surinaamse schrijvers en werken, vol van citaten die vloeiend in de rode draad van het verhaal geweven zijn. 

Jaguarman laat zich door deze opzet niet duiden als een louter journalistiek werk of enkel een roman. Het is beide, en misschien meer. De Jong vertelt, vertelt. En verhalenvertellers zijn noodzakelijk in alle tijden, om elkaar te blijven begrijpen. 

Tot slot. Niet op de middelbare school, noch tijdens mijn studie Nederlandse taal- en letterkunde in Nijmegen, was er aandacht voor Nederlandse literatuur (en daarmee voor de geschiedenis) van de voormalige koloniën. Natuurlijk, Multatuli en Haasse kwamen voorbij, maar geen auteurs die daadwerkelijk hun wortels hadden in Indonesië, Suriname of de Antillen. Achteraf verbaas ik me daarover, en tracht ik - enigszins beschaamd dat ik het destijds zelf ook niet zag - een inhaalslag te maken. Ik hoop dat Jaguarman van Raoul de Jong eraan bijdraagt om meer literatuur met Surinaamse wortels voor een breder publiek te ontsluiten.  

zondag 31 januari 2021

Binnenland. Elin Willows

'Mijn leven neemt geen plaats in. Alles wat ik mee heb genomen paste in een auto. (...) Ik kan niet terugverhuizen. Dat wist ik al toen ik vertrok. Niet zozeer omdat ik iets verliet, maar meer omdat ik een keus maakte.' (p. 81)

Een jonge vrouw uit Stockholm verhuist voor haar geliefde naar het noorden, naar een klein dorp tegen de poolcirkel. Nog voordat ze arriveert, weet ze dat de liefde geen stand zal houden. Toch besluit ze te blijven omdat ze niet weet wat ze anders zou moeten doen. 

Ze vindt een baan in de dorpssuper. Ze draait haar diensten, gaat op zaterdagavond met collega's op stap in het Hotel, leert iedereen uit het dorp kennen bij naam, maar ze komt er nooit tussen. Ze ervaart dat er in het noorden geen lente en herfst bestaan, hooguit een nazomer, waarna het gaat sneeuwen. Het is eindeloos licht of eindeloos donker. De mensen daar leven op dat ritme, wat haar lange tijd vreemd blijft.

Als ze niet werkt, is ze thuis op haar kamer bij haar hospita, of maakt ze een avondwandeling. Ze eet omdat het moet en ruimt alleen op als het niet anders kan. Ze gunt zichzelf weinig luxe, alleen op zaterdagen, als ze zich na het werk trakteert op een tijdschrift en een zak snoep. 

'Dat ik zoveel tijd in mijn eentje doorbreng zou moeten betekenen dat ik alles over mezelf leer. Maar het tegendeel is waar. Want dag in dag uit maak ik dezelfde situaties mee, waar ik op dezelfde manier op reageer. Ik leer niets meer bij.' (p. 125)

Deze twintiger uit Binnenland van Elin Willows koos bewust voor een leven in het noorden, in een rustig dorp waar de dagen overzichtelijk zijn. Langzaam verglijdt die overzichtelijkheid in eenzaamheid en leegte, nauwelijks in staat zelf sturing te geven aan haar leven omdat ze geen idee heeft wat ze zou willen. Geschetst tegen het weidse, noordelijke landschap is Binnenland een sfeervolle, korte roman die me meteen meenam. Heel geschikt voor een donkere winteravond. 

zondag 17 januari 2021

De terugkeer. Esther Gerritsen

Jennie is vijf als haar vader sterft. Zelfmoord, heeft ze altijd te horen gekregen. Ze weet niet beter dan dat haar vader depressief op de bank lag. Veel anderen herinneringen aan hem heeft ze niet. Ook haar oudere broer Max herinnert zich zijn vader vooral op de bank en een moeder die zo goed mogelijk voor haar man Gerrit en de kinderen zorgde. Op de ochtend na de dood van zijn vader, is het Max die hem vindt. 

Twintig jaar later heeft Max zijn leven overzichtelijk vormgegeven met een vrouw, dochter en een hoveniersbedrijf. Het verleden heeft hij zorgvuldig opgeborgen in zijn hoofd. Veel contact maakt hij niet met anderen; vragen naar zijn gevoel beantwoordt hij enkel met: 'ik was het die hem vond' en daarmee is de kous af. 

Het is Jennie die een spade in het verleden zet als ze in het ouderlijk huis een map vindt met foto's van het overlijden van hun vader. Ze ontdekt dat er destijds nauwelijks onderzoek is gedaan naar de toedracht van zijn overlijden. Intussen is moeder van een leven met een gelukszoeker op Ibiza teruggekeerd met verschijnselen van Alzheimer. Ze gaat snel achteruit en zal naar een verzorgingshuis gaan. Als Jennie het fijne van de dood van haar vader wil weten, heeft ze geen tijd meer te verliezen.

Het boek is vanuit het perspectief van de alwetende verteller geschreven die afwisselend accenten legt op de verschillende hoofdpersonen. Een bijzonder en mooi aspect is dat de vader, Gerrit, opduikt zodra er iemand echt aan hem denkt. Hij praat - onhoorbaar voor het aardse leven - mee vanuit het hiernamaals, waarbij God hem soms corrigeert of antwoordt. Gerrit reageert liefdevol op zijn kinderen en vrouw en is opgelucht over zijn dood, hoewel hij graag op een feestelijkere manier uit het leven vertrokken was. 

De terugkeer is een verhaal over een trauma dat een heel gezin tekent voor de rest van hun leven. Over willen helpen en niet geholpen kunnen worden en over het beschermen van wie je liefhebt, terwijl alles schreeuwt dat benoemen en praten heilzamer zou zijn. Gerritsen hanteert een heldere stijl, mooie zinnen en passende metaforen. Ze schrijft zonder waardeoordelen over mensen die zich naar beste kunnen door het leven slaan. Dat is met een zwaar en voor velen onbegrijpelijk thema als depressie van grote meerwaarde.

zaterdag 2 januari 2021

Charing Cross Road 84. Helene Hanff

'Iemand heeft mijn boek geleend en hem nooit teruggegeven. Waarom vinden mensen die er niet over zouden denken om iets te stelen het wel terecht om boeken te stelen?'

New York, 1949. Helene Hanff heeft een wensenlijst van antiquarische boeken die ze graag zou bemachtigen en lezen. In New York kan ze ze niet vinden, behalve zeldzame, dure exemplaren of de grauwe schoolversies. Ze schrijft boekhandel Marks & Co in Londen aan met het verzoek haar alles van haar lijstje tot een bedrag van 5 dollar op te sturen. 

Tussen Frank van de boekhandel en Helene ontstaat een levendige briefwisseling. Helene is typisch Amerikaans: recht voor haar raap en uitbundig. Haar brieven zijn soms uitgesproken boos ('LUIWAMMES: Je liet me hier gewoon liever STIKKEN dan dat je me iets te lezen zou sturen.' p. 63) maar ook lief, warm en enthousiast. Langzamerhand raken andere medewerkers van de boekhandel zo nieuwsgierig naar deze Helene dat ze haar zonder medeweten van Frank ook een briefje sturen. Helene anderzijds is zo gelukkig met de boeken die Marks & Co haar opstuurt, dat ze met Kerst en Pasen voor alle medewerkers een voedselpakket opstuurt. Gezien de naoorlogse schaarste in Engeland, worden die met grote dankbaarheid ontvangen. Ook de vrouw en dochters van Frank nemen uiteindelijk deel aan de briefwisseling. 

Jaren gaan voorbij. Helene ontwikkelt zich tot succesvol scenarioschrijfster van Amerikaanse televisieseries, waarbij ze haar inspiratie haalt uit de oude boeken. Haar wens om een keer naar Londen af te reizen, brengt ze tot verdriet van haar overzeese penvrienden niet tot uitvoer, maar de warme, bijzondere brievenband blijft. 

Charing Cross Road 84 is een heerlijk briefwisseling tussen liefhebbers van boeken. De tegenstelling tussen de keurige Engelse medewerkers en emotionele New Yorkse Helene en de ontwikkeling van de naoorlogse jaren tot de laatste brief in 1969 kleuren de brieven. Wat fijn dat uitgeverij Rainbow begrepen heeft dat deze klassieker niet in hun collectie mag ontbreken en het met leeslint en al uitgegeven heeft. 

vrijdag 1 januari 2021

De boekhandel. Penelope Fitzgerald

Welke boekenliefhebber droomt er niet soms van een eigen boekhandel te hebben? Ik wel, en regelmatig. Ik zou dat hoekpandje in de stad willen overnemen, waar nu die boze man en zijn sussende vrouw een boekenzaak runnen, waar ik niet meer kom sinds hij een paar jaar terug vlak voor Kerst in de winkel, te midden van klanten, de pakketbezorger uitschold. De arme bezorger bleef kalm en netjes, en ik wist genoeg. Geen cent meer zouden ze aan me verdienen. Elke keer als ik er langskom, gun ik de boeken een aardige eigenaar die zijn boeken met liefde verkoopt. Als ik vervolgens drie stappen verder denk, besef ik ook dat ik de boel romantiseer en ik heus geen boekwinkel ga beginnen. Het dichtst in de buurt komt het lezen van een boek over iemand die een boekhandel start.  

1959. Florence Green, tegen de vijftig en weduwe, start in een Engels plaatsje aan de monding van de rivier een boekhandel. Ze heeft daarvoor met haar kleine erfenis het oudste pand van het dorp gekocht, waar een klopper huist, zeggen de mensen. Haar handel loopt goed, zeker als ze ook een bibliotheek start in haar winkel. Tot de invloedrijke en vermogende Mrs. Gamart alles in het werk stelt om Florence te dwarsbomen. Zij vindt namelijk dat het oude pand een kunst- en cultuurcentrum zou moeten worden. De klopper laat van zich horen en de enige man die enigszins tegen de macht van Mrs. Gamart opkan, valt na zijn bezoek aan haar dood neer op straat. 

De boekhandel (1978) is een prachtige klassieker uit de Engelse literatuur. In minder dan 140 bladzijdes weet Penelope Fitzgerald de dynamiek van de kleine, afgezonderde gemeenschap te ontspinnen en de lezer daar helemaal in mee te nemen. Dat de verfilming van het boek verscheen, en dat dat een reden was om een nieuwe druk op de markt te brengen, zegt oprecht hoezeer de roman het waard is nog gelezen te worden. 

woensdag 12 september 2018

De nix. Nathan Hill

'Wat doe je als je erachter komt dat je volwassen leven een schijnvertoning is? Alles wat hij dacht bereikt te hebben - de publicatie van zijn boek, het contract, de baan als docent - had hij alleen gekregen omdat iemand zijn moeder een gunst verschuldigd was. Hij had er niets van verdiend. Hij is een oplichter. En hoe het voelt om een oplichter te zijn: leeg. Hij voelt zich hol. Verwoest. Waarom merken die mensen hem niet op? (...) Dan beseft hij dat dat een kinderachtig verlangen is, het equivalent van je moeder een schram laten zien zodat ze er een kusje op kan geven. Doe niet zo kinderachtig, houdt hij zichzelf voor.' (p. 681-682)

De laatste tijd las ik vrij veel serieuze literatuur, biografieën en memoires. Daar hou ik van, maar voor de afwisseling is het lekker om je te verliezen in een roman waarin je het liefst ongestoord blijft lezen tot het uit is. De nix van Nathan Hill leek me daar ideaal voor.  

Samuel is een universitair docent in Chicago en schrijver. Tenminste, hij zou een boek schrijven waarvoor hij een ruim voorschot heeft ontvangen, maar het lukt hem niet. Na werktijd vergeet hij de wereld om zich heen en speelt hij urenlang de game Elfscape. Op een dag wordt er een aanslag gepleegd op een presidentskandidaat. De dader blijkt Samuels moeder te zijn, die bij haar man en Samuel wegging toen hij een kind was. Hij gaat op zoek naar haar en reconstrueert gaandeweg zijn familiegeschiedenis. 

Het verhaal over Samuel, zijn moeder en opa, de demonstraties in Chicago in 1968, en de huidige Amerikaanse samenleving beslaat 700 pagina's. Een risico bij zo'n dikke roman is dat de schrijver nodeloos uitweidt over niet ter zake doende aspecten, maar Hill is erin geslaagd het boek zeer gestructureerd op te bouwen en de verhaallijnen en personages goed uit te spinnen, zonder dat het traag wordt. Hij maakt sprongen in de tijd die thans hip zijn in romans, maar hij doet dat goed. De terugblik op het verleden geeft voortdurend helderheid over het heden. Gaandeweg laat hij de lezer zien dat het verhaal niet zo zwart-wit is als het in het begin lijkt. Hill legt de vinger op de hypocrisie van het huidige Amerikaanse denken, bijvoorbeeld wanneer Pwnange milieuvriendelijke tassen koopt voor zijn boodschappen bij de natuurwinkel, die hij per luchtpost laat opsturen zodat hij ze snel heeft.  

Het taalgebruik van de Nederlandse vertaling van De nix is niet altijd even scherp, bijvoorbeeld: 'Faye had hier poëzielessen, en alleen al het juiste lokaal vinden was een beproeving die zowel haar geduld als haar ruimtelijke bewustzijn op de proef stelde.' (p. 458) Het soms haperende taalgebruik mag de pret niet drukken. De nix is een heerlijke roman die ik met plezier gelezen heb. 

maandag 29 januari 2018

Niemand is ooit verloren. Catherine Lacey

'Wat ik bedoelde was dat ik wist dat ik iets moest doen waarvan ik niet wist hoe het moest: weggaan op een volwassen manier, een redelijke manier, het probleem benoemen, de papieren invullen, al die volwassen dingen, maar ik wist dat dat niet het hele probleem was, dat ik niet alleen een scheiding van mijn man wilde, maar een scheiding van alles, een scheiding van mijn eigen geschiedenis; (...).' p. 100

Niemand is ooit verloren van Catherine Lacey is het verhaal van Elyria, een jonge vrouw uit Manhattan. Ze is soapserieschrijver en getrouwd met een universitair docent wiskunde. So far so good, zou je zeggen, maar niet voor Elyria. Ze kampt met trauma's die ze dankt aan haar alcoholverslaafde moeder en haar geliefde adoptiezus die zelfmoord pleegde. In Elyria houdt het wildebeest huis en ze is niet bij machte erover te praten of de juiste psychische hulp te zoeken. In plaats daarvan besluit ze onaangekondigd te vertrekken. Weg van haar man, weg van het leven dat ze leidt. Ze poogt afscheid te nemen van de schil die ze niet wil zijn of kan zijn.
Elyria vertrekt naar een vage kennis in Nieuw Zeeland, die weinig trek in haar komst blijkt te hebben. Dus zwerft Elyria rond, zonder plan, zonder doel en zonder geld. Zodra iemand zich enigszins om haar bekommert, vertrekt ze weer. Tegen ieders advies in neemt ze liften van mannen aan en slaapt ze in schuren, parken en bossen. Ze heeft geen ruimte in haar hoofd om te genieten van het land. Ze is alleen op zoek naar een plek waar haar hoofd haar met rust laat.
Als Elyria door een pijlstaartrog wordt gebeten, komt er een abrupt einde aan haar zwerftocht in Nieuw Zeeland: ze wordt opgenomen in het ziekenhuis waar de vreemdelingendienst constateert dat haar visum verlopen is. Ze wordt als ongewenste vreemdeling uitgezet, terug naar Amerika. Ook daar blijkt niemand op haar komst te wachten. Haar man heeft Elyria minutieus uit zijn leven gewist en ze lijkt verder nergens heen te kunnen.

Het verhaal wordt verteld door Elyria, vanuit het ik-perspectief. Daarmee wordt de lezer meegenomen in haar hoofd, wat het boek niet per se beter maakt. De lezer krijgt paginalange zinnen voorgeschoteld waarin Elyria zich vastdraait in haar waanideeën, kinderlijke redeneringen en ingebeelde monologen tegen haar man. Het komt nogal pathetisch over en ik erger me aan Elyria's houding om voortdurend weg te lopen voor haar problemen. Anderzijds is dat misschien wel de manier waarop iemand zichzelf volledig kwijt kan raken en langzaam afglijdt naar de zelfkant van het bestaan.

Tot slot verdient de Nederlandse titel van het boek een opmerking. Niemand is ooit verloren is een titel van hoop. Hoe groot je problemen ook zijn, er gloort altijd licht aan het einde van de tunnel. Juist daarom prikkelde het mijn nieuwsgierigheid en legde ik het boek halverwege niet weg. Ik wilde weten hoe het af zou lopen met Elyria. Voor haar gloorde er echter geen licht aan het einde van het boek. Nu bleek de oorspronkelijke titel Nobody Is Ever Missing te zijn. Aha. Elyria wilde zichzelf kwijtraken, zich van haar verleden en oude 'ik' ontdoen. Ze ontdekte dat je wel naar de andere kant van de wereld kunt reizen, maar dat je jezelf altijd bij je hebt hoe graag je jezelf ook wilt verliezen. Een titel als Niemand is ooit vermist zou meer recht aan de Nederlandse vertaling van het boek hebben gedaan.  

donderdag 18 januari 2018

De heilige Rita. Tommy Wieringa

'Algemeen werd aangenomen dat Aloïs Krüzen, die zijn vrouw alleen maar had kunnen verleiden met de zekerheden van het ambtenarenbestaan, met de Rus zijn paard van Troje had binnengehaald. Niemand waarschuwde hem. Iedereen keek toe en wachtte. Van sommige dingen is de afloop van meet af aan duidelijk, maar toch blijf je kijken, alleen omdat je wilt weten hoe die zich zal voltrekken. (p. 81-82)

In mijn eerdere blogpost 'Bedreigde boeken' schreef ik over het boekenweekgeschenk Een mooie jonge vrouw van Tommy Wieringa dat ik wel even genoeg had van mannen in de literatuur die hun frustraties op vrouwen projecteren. Halverwege het toch al niet dikke boek legde ik het weg. Er is genoeg moois om te lezen. 
Afgelopen december kreeg ik De heilige Rita cadeau en ik las het in één keer uit. Het kan verkeren. 

Paul Krüzen (1967) groeit op in een klein katholiek dorp aan de grens met Duitsland. Als op een dag een Russisch vliegtuigje landt in de maisvelden van zijn ouders, is het dorp voorpaginanieuws. Paul's vader Aloïs redt - tot zijn latere spijt - de piloot, een vluchteling voor het Russisch communisme. Niet veel later vertrekt Paul's moeder met de piloot voorgoed uit het leven van Paul en zijn vader. De twee zullen de rest van hun leven samen op de boerderij blijven wonen. Aloïs zorgt naar beste kunnen voor zijn zoon. In de loop van de jaren draaien die rollen geleidelijk om. 
De dorpsgemeenschap is klein en benauwend. De jongens die Paul uit zijn kindertijd kent, zijn de mannen die later in het dorp het de kruidenierswinkel bestieren of het criminele bordeel vlak over de grens. De dorpelingen merken het meest van de veranderende tijd door de komst van de buitenlanders. Chinezen in het partycentrum, de Braziliaanse pastoor, Oost-Europese landarbeiders en een Rus die de handlanger van de dorpscrimineel is. Als Paul's enige vriend Hedwiges in het café pocht dat hij miljonair is, sluipt het onheil onafwendbaar het boek in.  

De heilige Rita is een fascinerend portret van een grensdorp waar de snelheid van de stad ver weg is en het katholieke geloof nog van levensbelang. Wieringa beschrijft met warme precisie het landschap en de jaargetijden, en schept intussen het beklemmende beeld van twee eenzame mannen van middelbare leeftijd die niet in staat zijn een andere draai aan hun leven te geven.
En de vrouwen? Die zijn vooral afwezig. Paul voelt zich een ongewenst kind van zijn moeder (waarom vertrok ze anders zonder hem en hoorde hij nooit meer wat van haar?) en dat speelt een rol in het boek. Maar evengoed denkt Paul dat zijn vader hem een mislukkeling vindt, wat evenzeer meeweegt in de verhaallijn. Paul verwijt vooral zichzelf dat hij niet verder is gekomen dan zijn ouderlijk huis: in betrekkelijke eenzaamheid, zonder vrouw en vogelvrij verklaard. 

vrijdag 22 december 2017

Het monster van Essex. Sarah Perry


'Cora is vaak op de pastorie, en neemt dan iets mee voor de Ransome-kinderen: een boek voor Joanna, een klik-klakladder voor James (die hij onmiddellijk uit elkaar haalt) en iets te snoepen voor John. Ze zoent Stella op beide wangen en meent het. Dan zoekt ze Will op in diens studeervertrek en dan volgt steevast die eerste blik van verbaasde verrukking: daar ben je echt, denken ze allebei.' (p. 183)

Londen, 1893. Na de dood van haar man vertrekt Cora Seaborne met haar gevolg naar Colchester om de natuur van Essex te verkennen. Verdrietig is ze niet, want haar man kleineerde en mishandelde haar. Ook maakt ze zich geen zorgen over de toekomst. Ze komt uit welgestelde kringen en zit goed in de slappe was. Haar autistische zoon wordt permanent verzorgd door een socialistisch kindermeisje met activistische trekken. Als Cora hoort over een monster dat in het Blackwater van het nabijgelegen dorpje Aldwinter zou leven, besluit ze dat te gaan onderzoeken. Daarbij ontmoet ze de vrome dominee Will en zijn gezin waar ze zich snel aan hecht. Ze wordt gevolgd door de arts van haar man die een oogje op haar heeft en vrienden uit de politieke kring waarin haar man verkeerde. Alle klassen van de maatschappij kruisen gewild of ongewild elkaars wegen. Uiteraard hebben ze uitgebreide vooroordelen over elkaar die niet waar blijken te zijn. Al van verre voel je aankomen dat Cora en de predikant verliefd op elkaar worden terwijl hij getrouwd is met de charmante Stella. Intussen vinden in Aldwinter zogenaamd verdachte gebeurtenissen plaats. Dood door ouderdom en ziekte of het weglopen van een meisje schrijven de dorpelingen toe aan het monster van Essex. Cora stookt dat vuurtje alleen maar op.

Zo bloemrijk als de kaft is, zo is ook Het monster van Essex van Sarah Perry. De titel schept de verwachting dat het verhaal over een mogelijk monster gaat, maar Perry heeft geen haast. Pas over de helft van het boek (en nadat ik het tijdelijk had verruild voor een ander boek) zet Cora haar zoektocht in, waarvan ze zich even gemakkelijk weer laat afleiden. Wat maakt het ook uit. Cora's zoektocht is niet meer dan een aangenaam tijdverdrijf voor haar. Heel concreet wordt het verhaal daardoor lange tijd niet. Op tweederde van het boek laat ik het idee los dat dit een detective is waarbij de waarheid over een monster centraal staat. En dan is het best een aardig boek. De verhaallijnen zijn goed verweven en af. De taal en stijl zijn - ondanks de langdradigheid - prettig en slim. De thema's liefde, vriendschap, maatschappij en religie zijn - zonder overheersend te zijn - aanwezig. Voor liefhebbers van romans over de victoriaanse tijd is dit aangename literatuur.

donderdag 30 november 2017

Stoner. John Williams

'Masters, die een hardgekookt ei van de gratis lunch omhooghield alsof het een kristallen bol was, zei: 'Hebben de heren ooit stilgestaan bij de ware aard van de universiteit? Meneer Stoner, meneer Finch?'
[...]
Masters stopte de rest van het ei in zijn mond, kauwde er even vergenoegd op, en nam een grote slok bier. 'Maar jullie hebben het allebei bij het verkeerde eind,' zei hij. 'Het is een gesticht of - hoe heet zoiets tegenwoordig? - een rusthuis, voor de geestelijk zwakken, de bejaarden, de ontevredenen en anderszins incompetenten. Neem ons drieën nou - wíj zijn de universiteit. Een vreemdeling zou niet doorhebben dat we zoveel gemeen hebben, maar wíj weten het, nietwaar? Wij weten het donders goed.'' (p. 37-38)

In 2012 verscheen de vertaling van Stoner van John Williams in Nederland nadat het enkele jaren daarvoor in Amerika heruitgegeven was. De roman verscheen voor het eerst in 1965, maar had toen niet de impact die het een halve eeuw later wel had. Zoals meestal liet ik ook deze boekenhype aan me voorbij gaan. Als het niet meer op alle leestafels ligt en het de tand des tijds doorstaat, lees ik het. Bovendien was ik in 2012 nog niet in dienst van een universiteit terwijl ik inmiddels ruimschoots van de universitaire wereld geproefd heb. Stoner en ik waren klaar voor elkaar. 

William Stoner groeit eind negentiende eeuw op als enig kind van een arme boerenfamilie in Missouri. Zijn vader verwacht dat hij later het boerenbedrijf overneemt en denkt dat zijn zoon een grotere kans van slagen heeft als hij enkele jaren aan de landbouwhogeschool in Columbia studeert. Stoner gaat inwonen bij familie, waar hij al zijn vrije uren moet werken op hun boerderij. Onderdeel van Stoner's bacheloropleiding is de verplichte cursus Engelse letterkunde. Stoner wordt verliefd op de literatuur en switcht zonder het zijn ouders te vertellen van opleiding. Pas bij de diploma-uitreiking maakt Stoner schoorvoetend duidelijk dat hij een academische loopbaan zal aanvangen en niet zal terugkeren naar de boerderij van zijn ouders. 

William ontmoet een vrouw, een meisje nog, en zij aanvaarden een huwelijk. Ze moet niets van hem weten, totdat ze bedacht heeft dat ze een kind wil. Na een aantal bezeten maanden is ze zwanger en wil ze opnieuw niks meer van Stoner weten. Stoner en zijn dochter hebben een goede, onbevangen band, totdat Stoner's vrouw het kind claimt en haar afzondert van haar vader.
Stoner heeft aanvankelijk succes op de universiteit. Een nieuwkomer loopt Stoner voor de voeten en zal dat blijven doen. Zijn populairste college wordt hem ontnomen en hij wordt teruggezet naar de basisvakken. Dan ontmoet Stoner een briljante studente. Ze raken verliefd en beginnen een relatie. Ondanks hun voorzichtigheid heeft de universitaire gemeenschap snel door dat zij met elkaar verhouden, evenals de vrouw van Stoner. De studente besluit in het holst van een nacht te vertrekken om Stoner's carrière te redden. Hij heeft nooit zoveel liefde gevoeld en ontvangen.

De sfeer in het boek kenmerkt zich door een benauwende stilte. Men gebruikt weinig woorden. Niemand heeft in dat milieu, in die tijd geleerd om te praten dus veel wordt niet uitgesproken. Stoner voelt zich onbegrepen, maar is ook niet bij machte om anderen te doorgronden. De jongere generatie lijkt symbool te staan voor een verandering: Stoner's dochter die aanvankelijk heel vrij en open is, en de studente met wie Stoner lange gesprekken voert. Ook de sfeerschets van de academische wereld is treffend en misschien wel onafhankelijk van plaats en tijd. Die context benadrukt des te meer het onvermogen van Stoner om zijn leven zelf vorm te geven.
Stoner is zo mooi, zo verdrietig en zo raak. Het staat met stip in mijn top van beste boeken ooit en het zal voorbij de hype nog decennia gelezen worden. 

maandag 2 oktober 2017

In het café van de verloren jeugd. Patrick Modiano


'Toen ik vijftien was, kon ik doorgaan voor negentien. Of zelfs voor twintig. Ik heette niet Louki maar Jacqueline. En de eerste keer dat ik van de afwezigheid van mijn moeder gebruikmaakte om de straat op te gaan, was ik nog jonger. Zij ging 's avonds om negen uur naar haar werk en kwam pas 's nachts rond een uur of twee thuis. Die eerste keer had ik een leugentje bedacht voor het geval dat de conciërge me zou betrappen. Ik zou hebben gezegd dat ik medicijnen moest halen bij de apotheek aan de place Blanche.' (p. 64)

Je kent het wel. Je loopt 's avonds voor het slapengaan naar je boekenkast omdat je vorige boek uit is en je nog een paar bladzijden wilt lezen. Op de onderste plank zie je een boek waar je nooit acht op geslagen hebt en waarvan je eigenlijk ook niet weet waar het vandaan komt of hoe lang het er al staat. In het café van de verloren jeugd van Patrick Modiano had geduldig zijn tijd afgewacht. En eerlijk is eerlijk, ik had nooit van Modiano gehoord. Zelfs het nieuws dat hij de Nobelprijs voor de literatuur won in 2014, is me ontgaan. Moet ik me schamen? Ach. Het is nooit te laat om een schrijver te ontdekken. 

In een ogenschijnlijk eenvoudig verhaal nemen vier vertellers je na elkaar mee in het verhaal van Louki. Louki is een jonge vrouw die opgroeit in Parijs met haar moeder. Ze heeft geen vader of andere familie. Tijdens de uren dat haar moeder 's avonds werkt in de Moulin Rouge, dwaalt Louki op straat. Steeds langer en verder de stad in. Ze ontmoet mensen in cafés die het goed of minder goed met haar voor hebben. In de Condé lijkt ze een vaste groep cafébekenden te hebben die geen vragen stellen en geen kwaad doen. Maar welk verhaal Louki precies met zich meedraagt, dat weet niemand. Langzaam, aan de hand van de vier vertellers, komt de lezer erachter. En ofschoon Louki de tweede verteller is, laat zij niet het achterste van haar tong zien. Dat heeft ze simpelweg nooit geleerd.  

De structuur van het verhaal is als Omtrent Deedee van Hugo Claus of Ik heet Karmozijn van Orhan Pamuk. Op basis van de verschillende vertelperspectieven vraag je je af wat waar is en vorm je het verhaal. Toen ik In het café van de verloren jeugd uit had en de afloop kende, was ik geneigd weer vooraan te beginnen. De gelaagdheid van de roman nodigt daartoe uit en ik ben nieuwsgierig of ik de puzzel dan beter of anders in elkaar leg. Helaas zal een herlezing niets veranderen aan de tragiek. 

De eenvoud en tragiek vormen samen de kracht van de roman. Ik stond erbij en keek ernaar, terwijl ik me voortdurend afvroeg of ik het meisje had kunnen redden. Nee, natuurlijk niet. Maar wat ik wel kan, is mijn eigen dochters liefde geven. En meer romans van Patrick Modiano lezen. 

donderdag 3 augustus 2017

Fuzzie. Hanna Bervoets

'Volwassen worden is ontdekken dat volwassen worden inderdaad met verwerven gepaard gaat. Maar ook dat niemand je ooit verteld heeft dat je met alles wat je bemachtigt iets kwijtraakt; volwassen worden is plaatsnemen achter een kraam op een ruilmarkt, met alle onderhandelingen van dien - geef me een baan en ik lever mijn vrije tijd in, geef me een kind in ruil voor mijn vrijheid, geef me wat extra jaren en ik verlies mijn goede conditie, en mijn moeder, en mijn vader, en mijn grote liefde, misschien.' (p. 193)
 
Een klein, pluizig bolletje rolt je leven in en begint tegen je te praten. Niet onafgebroken, maar ogenschijnlijk precies op de momenten dat je daar behoefte aan hebt. Het stelt je vragen, vertelt verhalen, zingt soms en lijkt je precies te kennen. In Fuzzie van Hanna Bervoets raken de personages zo gehecht aan het bolletje dat ze het voortdurend dicht bij zich houden. Het bolletje leidt de personages door een proces van rouw om een verloren liefde of verloren leven, in de zoektocht naar wat hen geluk brengt en hoe ze het geluk kunnen accepteren en vasthouden. En terwijl de personages voorzichtig voor hun geluk durven te kiezen, verliest het bolletje zijn pluisjes en volume.
 
In Fuzzie loopt een aantal verhaallijnen door elkaar. Het bolletje praat en het verhaal van Maisie, Florence, Diek of Stephan gaat verder. De lijnen raken elkaar af en toe. Soms wisselt een bolletje van eigenaar alsof het weet dat niet iedereen te redden is.
Niet alle verhaallijnen zijn af, en daar draait het ook niet om. Bervoets schetst alledaagse mensen die op kruisingen in hun leven staan die we allemaal herkennen. Die alledaagsheid kun je truttig vinden, of juist knap omdat Bervoets de beelden weet te vangen in een originele roman. De vraag is wel of originaliteit alleen voldoende is om van Fuzzie een sterke roman te maken. Hoe dan ook: het bolletje heeft zijn verhaal gedaan.