
Mijn grootouders kozen op hun bejaarde leeftijd de ideale locatie uit om nog ouder te worden. Niet het bejaardenhuis, welnee. Ze voelden zich stads en hip, dus het werd in 1999 de hoogste toren van Eindhoven, midden in de binnenstad.
Opa vond het heerlijk dat de bibliotheek in de Witte Dame zijn buurman was. Op dinsdag stiefelde hij erheen, nam de tijd en keerde met een stapeltje literatuur weer terug. Niet tot onverdeeld genoegen van oma, die bij tijd en wijle mopperde: "Je zit maar in je boek te kijken!"
Van opa heb ik mijn liefde voor literatuur. We hadden het over Reve, Wolkers en Mulisch. Ook orf ik zijn falend beeldend geheugen. Halverwege De ontdekking van de hemel vroeg ik hem waar het over ging. "Och, 'k weet het niet precies na te vertellen, maar het is heel mooi," repliceerde hij.
Terwijl opa lid van de bieb van Onze Lieve Heer werd, ontdekte ik bij toeval zijn bieb. En dat was een goed treffen. De tijd dat het er muf ruikt, te donker is en je onverhoopt een oude boterham met pindakaas in je geleende boek vindt, is voorbij. De bieb in de Witte Dame is fris als Eindhoven zelf. En sinds kort hebben ze weer een Hermens in het ledenbestand.








