vrijdag 3 december 2010

Modern spreekwoordenboek. Elk nadeel heeft zijn voordeel en 2499 andere spreekwoorden. Van Dale


'De weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens al neemt men zich het goede voor, men vervalt gemakkelijk weer tot de zonde, talloze goede voornemens worden nooit gerealiseerd' (p. 200)

De plaatjes op de lagere school herinner ik me nog: een keurige man met een hoed in zijn hand of een hond in een pan op tafel. Spreekwoordenles. En intussen leerden we de deugden van het leven. Hoe enthousiast ik toen de spreekwoorden oefende en mijn woordenschat ermee verrijkte, zo onthand voel ik me nu als ik ze in mijn taal wil verweven. Slechts flarden schieten door mijn hoofd ...doe een ander niet... ... kwaad kersen eten...

In Berlijn bewonderde ik afgelopen september Nederlandse spreekwoorden van Pieter Bruegel de Oude. Zeker 76 spreekwoorden verwerkte hij in het humoristische schilderij; een beroemde voorloper van de klassieke schoolplaten. Slechts twaalf spreekwoorden wist ik uit het werk te destilleren. Juist. Opgeleid in de Letteren en Kunsten blijk ik een cultuurbarbaar.

Het Modern spreekwoordenboek van Van Dale (samengesteld door Ton den Boon) is een luchtig spreekwoordenboek. Niet uitputtend, wel toegankelijk. Precies wat ik zocht. Zowel de traditionele als moderne spreekwoorden zijn erin opgenomen, voorzien van een deugdelijke uitleg. Helemaal handig was het geweest als spreekwoorden met gelijke betekenissen naar elkaar zouden verwijzen.

Met een lach en menig aha-erlebnis zwerf ik door het boek en neem me voor mijn taal te verluchten met spreekwoorden als wie zijn neus schendt, schendt zijn aangezicht en spottershuisjes branden licht. Of plavei ik met dit voornemen mijn weg naar de hel?

zondag 17 oktober 2010

De patatbalie. In het spoor van de verkiezingskaravaan. Bart Chabot


‘Zij zaten in het landsbestuur of waren op weg daarbij betrokken te raken, de een wat vlotter dan de ander. En ik? Wat was mijn bijdrage aan ‘het geheel’? Ik was de sidekick, op tv. En stond urenlang te wachten op een van hen, Job of Alexander of Emile, of op een van hun woordvoerders in de Patatbalie, die door sommige ingewijden ook wel als de Tippelzone werd aangeduid. Ja ik was goed bezig, maar niet heus.’ (p. 176)

Tijdens alle verkiezingscampagnes schieten ze als paddenstoelen uit de grond: politieke statements verhuld in dagboekvorm van politici en journalistieke ooggetuigenverslagen die in het gunstigste geval voorzien zijn van enig historisch perspectief. Vandaag actueel, morgen goed voor de recyclingfabriek. Niet dat het genre daardoor slecht is, het dient alleen - net als de krant - rap gelezen te worden.

De patatbalie van Bart Chabot is zo’n boek. Een lichtvoetige blik van een politieke buitenstaander die het landelijk campagnegeweld in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen relativeert tot proporties die passen bij onze Nederlandse dorpspomp. Hij beschrijft was hij van dichtbij ziet met een subjectiviteit van het prettige soort.

De patatbalie verschilt in twee opzichten van andere boeken in dit genre. Op de eerste plaats is Chabot een man van de letteren. Hij is thuis in het literaire vocabulaire waarmee hij zich gemakkelijk onderscheidt van de journalisten-schrijvers. Ten tweede blijkt zonder veel woorden dat Chabot intussen weet dat zijn gezondheid hapert. Hij vraagt zich wat melancholisch af wat hij doet tussen al die politici en hoever hij afgedwaald is van wat hij echt nodig heeft.

‘Een windmolentje en opstijgende ballonnen, daar moest ik het mee doen.
Veel soeps was het niet. Kon ik daarmee toe, de rest van mijn leven?
Ik vermoedde van wel.’ (p. 218)

zondag 10 oktober 2010

Nooit verleden tijd. Lex Lesgever


'Schreeuwende soldaten die aan iedere man vroegen: 'Jude?' Wie met 'ja' antwoordde werd meegenomen en op het Jonas Daniël Meijerplein bij elkaar gedreven. Daar werden ze in rijen op hun knieën gedwongen, met de handen omhoog, alsof ze de grootste boeven waren - mensen die waarschijnlijk nooit een vlieg kwaad hadden gedaan.' (p. 29)

Amsterdam. De stad waarvoor ik korte tijd werkte, waar ik vakanties doorbracht en nog steeds graag rondfiets om inspiratie op te doen. Amsterdam waar veel Joden woonden die verdwenen in de Tweede Wereldoorlog, afgevoerd werden naar vernietigingskampen. Hoewel de littekens zichtbaar zijn in de stad, heb ik mijn verhouding met Amsterdam nimmer kunnen verbinden met dat oorlogsverleden.

Nooit verleden tijd is het levensverhaal van het Joodse jongetje Lex Lesgever dat tijdens de oorlog zijn hele familie verloor. Zelf wist hij ternauwernood uit handen van de Duitsers te blijven door een zwervend bestaan in Amsterdam te leiden en later door definitief onder te duiken buiten de stad.
Lesgever vertelt zijn wonderlijke verhaal zonder opsmuk of sentiment en de penvoerder schrijft zonder een al te uitgebreide woordenschat. Rechttoe, rechtaan. Dat hindert niet. Sterker, juist de rauwe stijl maakt het boek indringend. Wat telt is dat dit verhaal is vastgelegd, want teveel gingen er verloren.

En die verbinding? De straten uit het boek, de gebouwen, die ken ik, daar ben ik geweest. Lesgever is erin geslaagd zijn Joodse Amsterdam uit de Tweede Wereldoorlog te verbinden met het mijne in het heden. Zijn verhaal wordt nooit verleden tijd.

zondag 3 oktober 2010

Monsieur Ibrahim und die Blumen des Koran. Eric Emmanuel Schmitt


'Warum lächelst du nie, Momo?' fragte mich Monsieur Ibrahim. Diese Frage traf mich wie ein Faustschlag ins Gesicht, ein Tiefschlag, auf den ich nicht vorbereitet war.
'Lächeln ist nur für reiche Leute, Monsieur Ibrahim, das kann ich mir nicht leisten.' Sicher um mich zu ärgern, fing er an zu lächeln.
'Meinst du vielleicht, ich bin reich?' (p. 29)

Uitgeverij Fischer heeft een mooie serie literaire meesterwerken op A6-formaat uitgegeven. Ideaal voor Berliners die in de U-bahn een boek willen lezen. Dat zijn er velen en voor drie weken hoorde ik daarbij. Het dunste werk uit de serie is het korte verhaal van Eric-Emmanuel Schmitt: Monsieur Ibrahim und die Blumen des Koran.

Monsieur Ibrahim is 'den Araber von der Ecke'. Niet dat hij werkelijk een Arabier is; hij wordt zo genoemd omdat hij een stampvol winkeltje in een Parijse buurt heeft dat alles verkoopt en altijd open is. In die buurt woont Moses, een joodse knaap van elf. Hij denkt dat monsieur Ibrahim niet in de gaten heeft dat hij eten steelt, maar der Araber weet alles. Hij bekommert zich om Momo en de twee raken bevriend. Monsieur Ibrahim leert Momo deugden en wat geluk is. Als die vraagt hoe hij dat allemaal weet, antwoord Monsieur Ibrahim steevast: 'Ich weiß, was in meinem Koran steht.'

Monsieur Ibrahim und die Blumen des Koran is en liefdevol, ontroerend verhaal dat met weinig woorden alles zegt. En daar hoef ik niet veel woorden aan vuil te maken.

dinsdag 14 september 2010

Haar naam was Sarah. Tatiana de Rosnay


"Niemand wilde het haar vertellen. Niemand wilde het uitleggen. Ze had er een hekel aan als een klein kind te worden behandeld. Een hekel aan de gesprekken die op fluistertoon verdergingen als zij de kamer binnenkwam.
Als ze het haar hadden verteld, als ze haar alles hadden verteld wat ze wisten, zou dat deze dag dan niet gemakkelijker hebben gemaakt?" (p. 56)

Boeken die maanden op grote stapels in de boekhandel om aandacht schreeuwen en hoog in de bekende lijstje prijken, negeer ik doorgaans. Als de hype voorbij is en men praat er dan nóg over, word ik nieuwsgierig. Anders ging het bij Haar naam was Sarah van Tatiana de Rosnay. Het waarde rond in de familie en landde op mijn nachtkastje.

Een zoektocht naar een joods kind dat de Tweede Wereldoorlog overleefde, vormt de rode draad van het verhaal. Verleden en heden en twee families raken langzaam vervlochten met elkaar door het speurwerk van journaliste Julia. Een mooi gegeven.

Als een boek over de wreedheden uit de Tweede Wereldoorlog verhaalt, is het niet automatisch een goed boek. Anders gezegd: de Tweede Wereldoorlog mag niet misbruikt worden om werk van een zwakke schrijver op te stuwen.

"Opnieuw voelde ik hoe zwaar de wereld om me heen woog," laat De Rosnay de journaliste tegen haar lezers zeggen (p. 172). Een verhaal moet op zichzelf indruk maken, niet door pathetisch te blijven roepen dat het allemaal zo verschrikkelijk is. De Rosnay legt daarbij alles uit en stapelt herhaling op herhaling. Het fragment waar mijn artikel mee begint, is typisch voor de schrijfstijl van De Rosnay. Het boek had de helft aan bladzijdes gehad en twee keer meer kracht als de herhalingen geschrapt waren.

Onderschat De Rosnay haar lezerspubliek of kan ze zelf niet beter? Ik vermoed het laatste. Bij fouten als volgt, verliest mijn ruimhartigheid het van ergenis:
"Ze hoorde steeds meer verhalen over de kampen. Ze begon te begrijpen dat ze allemaal dood waren. Dat geen van hen terug zou komen. Maar toen de overlevenden terugkwamen..." (p. 66)

Blijven lezen over de verschrikkingen uit de Tweede Wereldoorlog is goed. 'Opdat wij...' u weet het. Gelukkig kent de oorlogsliteratuur juweeltjes die Haar naam was Sarah overbodig maken.

zondag 29 augustus 2010

Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht. Mark Haddon


"De regel om priemgetallen te vinden is heel eenvoudig, maar niemand heeft ooit een eenvoudige formule bedacht om te bepalen of een heel groot getal een priemgetal is of wat het volgende priemgetal is.
Priemgetallen zijn wat er overblijft als je alle patronen weghaalt. Volgens mij zijn priemgetallen net als het leven. Ze zijn heel logisch, maar je komt nooit achter de regels, zelfs al zou je nergens anders meer aan denken." (p. 24)

Wat is de aantrekkingskracht van een roman als je door de boekhandel loopt? Allemaal knipogen ze: Hallo! Koop mij! Let maar eens op hoe vaak je een titel ziet met het woord 'zwart' erin. Nooit. Uitgevers weten dat dat niet verkoopt.
Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht van Mark Haddon springt direct in het oog. Het rood, de autootjes, de afwijkende afmeting en uiteraard de titel. Niets menselijks is mij vreemd: ik wil weten wat er gebeurde in die nacht. Mysterie!

Christopher Boone is een jongen die alle landen van de wereld en hun hoofdstad kent en een mirakel in wiskunde is. Hij vindt mensen verwarrend omdat ze veel zeggen zonder woorden en metaforen gebruiken: "Ik vind dat het een leugen zou moeten heten want een draak lijkt niet op een film en mensen krijgen geen hoedje als ze schrikken." (p. 29)
In zijn wereld is structuur van levensbelang. Als Christopher op een nacht de hond van de buren aan een riek geregen vindt, gaat hij op onderzoek uit. Dat levert een avontuur op dat in Christophers leven chaos brengt en hij ontdekkingen doet die zijn vader uit liefde voor hem verborgen hield.

Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht is een prachtig, ontroerend boek dat me leert verplaatsen in de leefwereld van mensen met autisme. Haddon balanceert met zijn eendimensionale schrijfstijl op de grens van simplisme en aanvaardbaarheid. En is dat niet precies waar hij me mee wil confronteren?

woensdag 18 augustus 2010

Het gelijk van Heisenberg. Frans Pollux


"Toen noemde iemand mijn achternaam.
'Smaakt de soep?'
Ik wilde achter me kijken welke kennis toevallig dezelfde dag en hetzelfde tijdstip had uitgekozen om een - en dan ook nog net toevallig deze - alpentop te bestormen, maar de stem sprak zacht: 'Nee, draai je niet om, Syris. Je kent me niet.' Hier liet de mannenstem een mysterieus bedoelde pauze vallen. 'Ik ken jou ook niet, maar ik weet wie je bent.'
Ik hoorde meteen dat ik met een aansteller van doen had." (p. 106)

Tijdens een vakantie waarin inlands (hemel-) water de boventoon voerde, las ik Het gelijk van Heisenberg van Frans Pollux. Een boek dat zich afspeelt op zee, verdraag ik bijzonder slecht. Water over land kan me niet genoeg stromen. En stromen doet het, kolken, razen. Een surrealistische beleving tussen heden en toekomst, mogelijk en fantastisch, dichtbij en veraf.

Dichtbij betekent zowel de plaats waar de roman over extreme marktwerking en neoliberalisme zich afspeelt (Venlo, Grubbenvorst), als gevoelsmatig. Pollux en ik groeiden op een afstand van 60 kilometer van elkaar op en zijn even oud. Ik lees in zijn boek mijn taal; in zinsbouw, in details als "Ze stond boontjes te breken in de keuken." (p. 212), "een vervelende nasmaak in mijn mond die ik normaal alleen van Bavaria krijg..," (p. 233) en "luister makker..." (p. 250). Het is een dichtbij van het soort waarmee je een avond in de kroeg hangt en Kronenbourg 1664 drinkt. Herkenbaar en in de context van het boek tegelijkertijd unheimisch.

Pollux is in zijn debuutroman niet bescheiden. Hij vliegt, zonder schroom er het grootste van het grootste bij te halen, hier en daar enthousiast uit de bocht. De verknipte verhaallijnen passen als een knappe puzzel en laten geen onaffe uiteindes na. De intertekstualiteit spat van het boek, waarin 1984 van Orwell en De meester en Margarita van Boelgakov mij het meest in het oog springen.

Het gelijk van Heisenberg is met ambitie geschreven. Zo hoort dat. Blijf trouw aan je afkomst, doe groot en word groot.

zondag 25 juli 2010

Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won [en dat het me spijt]. Ivo Victoria


"Soigneer uw haar. Een mens is het verplicht aan zijn talent. Mensen vragen mij weleens waar ik dat talent en die vista vandaan heb. Ik weet het niet. Het is er altijd al geweest..." (p. 113-114)

Vroeger, als ik samen met mijn vader naar de Tour de France keek op warme zomernamiddagen, wist ik het zeker. Dat kan ik ook. Zet mij maar op mijn kinderfietsje aan de start en ik pedeleer soepel mee. Pa hielp me fijntjes uit de droom en daar bleef het bij.

Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won [en dat het me spijt] van Ivo Victoria is het relaas van het 't venteke Victoria bij wie de fantasie wel op hol slaat bij de gedachte aan meefietsen in de Tour. Zijn goedgelovige vriendje Dries maakt hij deelgenoot van zijn geheim dat hij de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen meefietst en etappe na etappe wint. "Ik hoef die publicitaire aandacht niet zo nodig. Ik wil nog een gewone jeugd kunnen hebben. Dat begrijpt Dries." (p. 14)

De romanpersonage Victoria verzint een prachtig leven bijeen. Hij gaat het maken, hij heeft de talenten, al het andere is te min. Het enige talent wat hij werkelijk blijkt te hebben, is dat van een notoire opschepper.

Hoe ik nimmer... is een vlot vertelde roman en voorzien van heerlijke Vlaamse humor tegen de achtergrond van een grauw Belgisch dorp. Ideaal boek voor juli-avonden als de heren van de Tour de France hun ambitie onderwijl echt waarmaken.

dinsdag 22 juni 2010

Miss Dahls heerlijkheden. Sophie Dahl


"Kastanjesoep met paddenstoelen. Dit doet me altijd denken aan kerstdiners in deftige hotels. Misschien is het de sherry die herinneringen oproept aan dametjes met blauwe kleurspoelingen in strak gestoffeerde leunstoeltjes."

Een kookboek komt bij mij nogal spits. Als de sfeer van het boek niet klopt, kook ik er nog geen spiegelei uit. De foto's - een kookboek zonder foto's is bij voorbaat kansloos - de kleuren, opmaak en woordgebruik; alles bijeen moet de sfeer scheppen die ik in de keuken en aan tafel wil bereiken en in de gerechten wil terugproeven. Een goed kookboek nodigt uit tot boodschappen doen bij fijne zaken, terugtrekken in het hart van het huis en de tijd en wereld eromheen vergeten.

Naast sfeer is receptuur van belang. In mijn geval met zo min mogelijk vlees en met (ouderwetse) ingrediënten van het seizoen. Geen ingewikkelde friemels, maar basale, verse ingrediënten die voor krachtige, uitgebalanceerde smaakcombinaties zorgen.

De recepten uit Miss Dahls heerlijkheden wil ik koken van A tot Z. Het boek is fris, op-en-top Brits en sfeervol. Helder opgebouwd en gelardeerd met smeuïge verhalen uit Dahls leven als plussize-topmodel.
Uit de receptuur blijkt dat Dahl gewend is te koken zonder vlees, de heerlijke vleesgerechten niet te na gesproken. De indeling naar seizoen maakt het makkelijk een keuze te maken. Wat dacht je van zomerse avocadosoep met koriander of linguine met tomaat, citroen en krab? Eton mess met rabarber toe, maakt het feest compleet.

maandag 17 mei 2010

Een schitterend gebrek. Arthur Japin


'De rede biedt ons vele mogelijkheden tegelijk. De intuïtie kiest daaruit feilloos de beste. Wanneer je dit onthoudt kun je je niet meer vergissen en zul je altijd de juiste keuze maken.'
'Altijd?'
'Altijd!'
'Ook in hartszaken?'
'Daarin juist! Doe toch niet zo onnozel. Ach, het is zo simpel en toch kunnen mensen een heel leven leven zonder het te zien.'
(p. 145-146)

Elk woord dat ik besteed aan Een schitterend gebrek, doet slechts afbreuk aan de pracht ervan. Superlatieven volstaan niet, evenmin als een poging tot het weergeven van de essentie van de roman. Dat ik de wereld om me heen vergeet en nu zonder woorden ben, gebeurt me zelden. Laat dit de standaard zijn voor Nederlandse literatuur van de 21e eeuw.